NABESCHOUWING

Hét boek over Adriaan van Utrecht moet nog geschreven worden. Wel werd er in elk van de eeuwen na hem minstens één poging toe gedaan (Burman 1727, von Höfler 1880, von Pastor 1907) maar nieuwe informaties en onderzoekingen -bewijs van blijvende interesse- hebben deze boeken telkens doen verouderen. Met grote belangstelling wordt er daarom uitgezien naar het boek van prof. Peter Nissen dat in het voorjaar van 2005 gaat verschijnen.

Burman is geen objectief historicus -misschien is niemand dat, maar hij zeker niet-, hij verwerkte zeer veel materiaal maar, zoals hij zelf overigens besefte, lang niet álle bronnen
(vooral de Spaanse niet) stonden hem ter beschikking. Ook von Höfler heeft naar von Pastors oordeel te weinig archiefwerk verricht (zie L. von Pastor, o.c. pag. 156, noot 6) maar ook deze zelf miste na al zijn speurwerk in Rome en in de Nederlanden de Spaanse bronnen
ten zeerste alsmede de nog steeds niet terggevonden papieren uit Adriaans nalatenschap, door Hezius mee naar Luik genomen en daar waarschijnlijk (per ongeluk) verbrand. Afgezien van de Spaanse en de Romeinse periode waar ook Post niet aan is toegekomen, is von Pastor overigens door de ‘postpastorale’ onderzoekingen over de Nederlandse periode zelf inmiddels in de betreffende onderdelen verouderd. Misschien dat daardoor Burmannus weer aantrekkelijk wordt: hij is onvolledig en subjectief maar geeft “multa” en “multum”. Is dat niet waar de moderne lezer (zeker als hij objectiviteit onbereikbaar acht) naar zoekt en, als hij het vindt, tevreden mee is?


De perkamenten buitenkant van Burmans boek


 
 
     
Klik hier als u links geen menubalk ziet » Home |  © Gerard Weel |