Kerkelijke gebouwen en geestelijke groepen in Hoorn

(ongeveer chronologisch)


Inleiding
Bij gelegenhed van de feestelijkheden in verband met het 650-jarig bestaan van de stad Hoorn zijn er heel wat bijdragen van verschillende kanten aangaande de geschiedenis van onze stad aangedragen. De hoogtepunten daarvan waren natuurlijk de historische optocht, de 'terugkomst' van het Maria van Hoorn-beeld en de heruitgave van Velius' Chronijck. Het leek me gepast dat er ook van katholieke kant wat werd ingebracht en daarom heb ik in het volgende eens op een rij gezet wat er zich in de loop der eeuwen tot in onze tijd aan kerkelijke gebouwen en geestelijke groepen in en om onze stad heeft voorgedaan. Het is geen wetenschappelijke bijdrage -daarvoor is alleen al de bronvermelding te summier- maar het leek me handig een kort en zakelijk overzicht te hebben dat zoveel mogelijk exact en gecontroleerd is. Daartoe heb ik vooral het boek van Van der Knaap en Veerkamp "Uit de schemer van Hoorns verleden", Velius' Chronijck, het boek van Kooijmans "Onder Regenten", het werk van Hoogeveen en Van Zoonen "Twee eeuwen stadsbestuurders van Hoorn", de jaargangen van West-Frieslands Oud en Nieuw en het parochiearchief (door mij verwerkt in een eerdere uitgave) geraadpleegd. Voor de laatste tijd kon ik gebruik maken van de gemeentegids. Verder heb ik via mijn website insiders opgeroepen de hun bekende gegevens aan mij in te seinen en de mijne eventueel te corrigeren en aan te vullen. De editie die ik hier nu vrijgeef, is daarvan het resultaat. Volledig ben ik zeker niet. Het kwartaalblad van Oud-Hoorn heeft toegezegd de tekst binnenkort te publiceren. Het kan natuurlijk zijn dat in die uitgave nog weer enkele verbeteringen en aanvullingen worden opgenomen. Ik hoop dat u, lezer, hiermee gediend bent: u kunt van mijn tekst vrijelijk gebruik maken, van copyright o.i.d. is geen sprake.


A. Van vóór de Reformatie
De Grote Kerk
De Grote Kerk

1. Grote Kerk op het Kerkplein
Volgens Jan de Bruin op de website van Oud-Hoorn was er misschien al vóór 1323, ja mogelijk zelfs vóór 1300, iets van een kerk(je) in de beginnende stad, maar volgens Velius was er als eerste een houten kerkje van 1323 tot 1330 aan het eind van de tegenwoordige Vijzelstraat aan de Zuiderzeekant (Het Hop) van de stad, al gauw buitendijks geraakt bij een dijkdoorbraak en door een storm of een brand verloren gegaan. Daarna kwam er een groter gebouw op het Kerkplein -eerst nog van hout en op huiden vanwege de drassige grond, “een weel”, later (1405) van steen- vanaf 1369. In de tussentijd kerkte men bij particulieren. In de latere eeuwen werd deze kerk met als patronen Cyriacus en St. Jan de Doper steeds verder uitgebreid -o.a. in 1509- als hoofdkerk van Hoorn. De 'toren' (eigenlijk meer een forse dakruiter) is van 1530. Aan de overkant van de straat stond naast het St. Jansgasthuis een losse houten klokkentoren tot 1853. De grote kerk ging verloren door brand op 3 augustus 1838 en werd vervangen in 1842 door een kerk van architect Zocher. Deze tweede (kleinere) kerk ging verloren door blikseminslag in 1878 en werd in 1883 opgevolgd door het er nu staande gebouw van aannemer C. Muijsken dat vanaf 1968 niet meer als hervormde kerk wordt gebruikt en in 1983-1984 werd ingericht voor appartementen en een winkel die startte in 1986. Aan de voorgevel van de kerk bevindt zich het monument voor de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog van wie elke 4 mei de herdenking plaatstvindt. Bij het begin van de Alteratie (=protestantisering) in 1566 werd de kerk enige tijd gesloten uit angst voor de beeldenstorm en -eigenlijk tegen de wil van de vroedschapsleden Binnenblijf en Berkhout- ingenomen door de hervormden. Later (1620) kwam ze in handen van de calvinistische contra-remonstranten die tot 1620 nog in een ander gebouw hebben gekerkt, aan de Ramen waar daarna enige tijd (kort, zegt Velius) een armenweeshuis is gevestigd geweest en veel later een roomse school en het oude Mill Hill-missiehuis). De Roomsen verlieten het gebouw op 15 juni 1572 onder druk van de geuzen. De hervormd geworden ex-pastoor van de Oosterkerk, Clement Maertensz., werd er de eerste dominee.

kaartje
(op het kaartje de locatie van de kloosters en de gebouwen in de 15de eeuw)

2. Het Hieronymietenklooster aan de Gouwe (hoek Nieuwsteeg-Nieuwstraat) is van 1385 en bestond tot 1429, in 1407 verrijkt met een eenvoudige kapel. Het was eigendom van de Hieronymieten, Broeders van Goeden Wille (merendeels priesters), stond leeg vanaf 1416 en werd in 1422 opgenomen in het zich daar ontwikkelende Caeciliaklooster. Officiële overname in 1429. Voorafgaande aan het Pietersdalklooster was het het enige mannenklooster uit de begintijd in de binnenstad.

3. Sinds 1385 (gesticht drie weken na het voorgaande) bestond het Agnes-, Agatha- of Agnietenklooster tussen de Wisselstraat en de Peperstraat, vlakbij de Grote Kerk. Met kerkhof. Franciscaans maar deftig: reguliere kannunikessen-penitentiarissen. Zij deden veel aan textielverwerking. De kapel was van 1435. Gesloten in 1573. Het gebouw werd in 1586 in bezit gesteld van het admiraliteitscollege -het er nog staande poortje van 1606 herinnert daar nog aan- en al gauw Prinsenhof of soms (door Velius) Statenpoort genoemd. Velius noemt het onder 1586 Prinsenlogement, misschien omdat Maurits er in 1587 gelogeerd heeft. Een ander deel van het grote complex werd vanaf 1606 oude vrouwenhuis (poortje van 1610).Tot het einde van de 18de eeuw. Ook werd een deel van de gebouwen gebruikt door de in 1575 uit de Kerksteeg overgekomen en toen echt opgerichte Latijnse School -de eerste 'scole' in de Schoolsteeg stamde uit 1359 of zelfs al uit 1323 en verhuisde in 1451 naar de Kerksteeg- voor jongens van 7 tot 15 of 19 jaar, maar omdat men ze in 1590 als 'vervallen' beschouwde, ging die in 1613 over naar de Kruisstraat. Het daar geplaatste poortje kwam uiteindelijk terecht bij de ingang van het Claes Stapelhofje, waar het nu nog staat. De school bleef ook in de negentiende eeuw Latijnse school, geen gymnasium. Ze werd in 1868 omgezet in de Rijks-HBS, gevestigd in het oude Oost-Indische Huis aan de Muntstraat om in 1948 als Westfries Lyceum aan de Joh. Messchaertstraat verder te gaan. Tussen 1615 en 1868 werd ook een deel van het Caeciliaconvent gebruikt voor de school die in de 18de en 19de eeuw maar ongeveer 50 leerlingen telde (in de 17de eeuw iets meer), waarschijnlijk omdat Alkmaar meer te bieden had op schoolgebied. Vanaf 1824 huisde er in het Agnietenconvent ook een medische school die in 1865 werd veranderd in het stadsziekenhuis dat zijn bestaan rekte tot 1967. Wel werd in 1904 een protestants ziekenhuis 'De Villa' ingericht aan de Draafsingel (vergroot in 1913) en in 1967 gingen deze twee samen in het Streekziekenhuis aan de Wabenstraat. Ook van katholieke kant werd er aan ziekenzorg gedaan: eerst door de Zusters van Liefde aan de Ramen vanaf 1867 en vanaf ongeveer 1880 aan de Koepoortsweg. Dit werd genoemd naar het oude gasthuis tegenover de Grote Kerk, dat als H. Geesthuis in de 14de eeuw (1346) begonnen was op het Grote Noord maar zich in 1447 naar het Kerkplein had uitgebreid, vanaf toen St. Jansgasthuis genoemd. Oorspronkelijk was het gasthuis bedoeld voor de opvang van vreemden maar sinds 1531 was de vergroting ervan vooral ten dienste van de armen van de eigen stad. In 1563 werd het gebouw vernieuwd en van een nieuwe -er nu nog staande- gevel voorzien om als ziekenhuis te dienen. Tot 1840. Later (1867) vestigde het St. Jansgasthuis zich aan de Ramen en in 1880 aan de Koepoortsweg in enkele particuliere huizen. In 1913 ontstond daar een nieuw, groter gebouw. In 1971 verhuisde het naar de Maelsonstraat (waardoor het gebouw beschikbaar kwam voor het verpleeghuis Lindendael) en vanaf 1985 voegde zich het Streekziekenhuis daarbij -het nieuwe gebouw zal pas in 2010 klaar zijn-, zodat het gebied aan de Wabenstraat-Westfriese Hof langzamerhand vrijkwam voor woningen waarvan de meeste nu opgeleverd zijn. Het oude St. Jansgasthuis aan het Kerkplein werd later -met behoud van de aloude voorgevel- enige tijd uniformenmagazijn (1842-1922), daarna boterhal en kunstatelier. Het oude Agnietenklooster is inmiddels in gebruik genomen door verschillende instellingen, waaronder de Openbare Bibliotheek.

4. Buiten de stad stond het Regulierenconvent van Onze Lieve Vrouwe van het Nieuwe Licht van 1392 (of 1388) tot 1572 (kortweg 'Nieuwlicht') voor Augustijnse kannuniken, eerst broeders maar al gauw met enkele priesters, aan de Koewijzend in Blokker. Gesticht door Gerardus van Hoorn en Paulus van Medemblik, gerenoveerd in 1550 na blikseminslagen, stormen, oorlogsschade en overstromingen. Geïnspireerd door Geert Groote (+1384) en de Congregatie van Windesheim (Moderne Devotie). Er was een laken- en linnenweverij bij en er werd voor de armen gezorgd. In 1565 preekte Jan Arentsz. uit Alkmaar op het terrein van het klooster de 'Lutherije', wat uiteraard tot commotie leidde. Afgebroken in 1573 met toestemming van Willem van Oranje. Er zijn onlangs (2003) opgravingen gedaan waarbij 8 of 9 skeletten werden gevonden. Er is een straat naar genoemd ter herinnering, maar jammergenoeg geen school, terwijl het indertijd een zeer belangrijk en landelijk bekend studiecentrum was voor onze omgeving. De kloosterbewoners zelf werden overigens niet als grote lichten ervaren!

5. Het Caeciliaklooster (1402-1573) stond aan de Nieuwsteeg/Nieuwstraat om het al gauw voormalige Hieronymietenklooster heen. De zusters waren Penitentiarissen van St. Franciscus of Clarissen. In 1429 was het genoemde mannenklooster geheel 'veroverd'. In 1435 werd de nog steeds bestaande kapel gewijd. Al spoedig werden er weeskinderen opgenomen. In 1573 werd er ondanks de Alteratie nog een nieuwe rector benoemd (volgens Noordeloos was hij dat al in 1571 van het Mariaklooster): mr. Frans Pietersz. Silverschoon die kort daarna naar Amsterdam vluchtte (of in de nacht van 7 op 8 maart 1573 gedwongen met een schuit samen met de zusters naar Amsterdam gebracht) waar hij bij de Alteratie daar op 26 mei 1578 met de Amsterdamse geestelijken en de roomse vroedschapsleden via de Dam over het Y naar de Diemerdijk werd vervoerd om uiteindelijk in Amersfoort te belanden. In 1573 werd het kloostergebouw Statenlogement (met een kort daarna nieuwgebouwde, nu nog bestaande voorgevel, de Statenpoort) om de gasten van het Statencollege op de Roode Steen (als zodanig in gebruik vanaf 1632, vanaf 1878 Westfries Museum) op te vangen en in 1797 stadhuis (tot 1977). Ook was er (een deel van) de Latijnse School gevestigs in Velius' tijd. Nu is het in gebruik door allerlei instellingen. Oorspronkelijk stond het stadhuis (van 1422 tot de brand van 1797) op de Roode Steen (Kaasmarkt). Het tegenwoordig fungerende stadhuis op de Nieuwe Steen is van 1976-1977.

6. Het St. Geerten- of Geertruiklooster op de Gouw en de Wisselstraat (noordelijk van St. Agnes en tegenover St. Caecilia) dateert van 1404 en fungeerde als zodanig tot 1572. Ook deze zusters waren Franciscaanse tertiarissen. Naast de ingang van de Wisselstraat is er een gedenkplaat aangebracht op het achtteinde eeuwse pand Nieuwstraat 18 waar de VOC haar bureau heeft gehad vanaf 1602 (na de brand in de kapel van het klooster; daarna in de Muntstraat tot 1865) en waar nog restanten van het oude klooster in zijn bewaard. De zusters hadden een grote tuin en een eigen kerkhof en voorzagen in hun onderhoud door handvaardigheid en textielbewerking. Hun gebouwen werden na de alteratie ingericht als 'Lombaert' en Oude Vrouwenhuis: men ziet (achter de tegenwoordige bibliotheek) nog het poortje uit 1610.

7. Het Mariaklooster is van 1408 en fungeerde tot na 1566. Met kerkhof stond het in de Achterstraat ten noorden van St. Catharina. Gesticht door Frederick Matthijsz. van de Hieronymieten die er de eerste biechtvader van werd. De stenen kapel is van 1506-1508 en in 1508 is het klooster vergroot. De zusters waren penitentiarissen, dat wil eigenlijk zeggen: boetezusters, en deden aan textielhandwerk. Het klooster werd in 1574 (tot 1964) protestants burgerweeshuis -overgekomen van het in 1529-1531 (tussen Jeroen- en Bostelsteeg) ingerichte weeshuis bij het Grote Oost dat vergroot was in 1563- en de kapel sinds 1566 arsenaal voor de artillerie tot 1799. Toen de schuilkerkentijd voorbij raakte werd de Mariakapel R.K. Cyriacuskerk (vanaf 1825 of 1827) met de pastorie in de Muntstraat. Tot de Koepelkerk op het Grote Noord werd gebouwd -vanaf 1877- en de gereformeerden er introkken. Dezen kerkten er tot 1968 (bij de opening van het Octaaf aan de J.D. Pollstraat). Sindsdien is het cultureel centrum. Het klooster zelf is na de weeshuisperiode ingericht voor een aantal sociale instanties. Ook de katholieken hebben vanaf 1770 weer een weeshuis gehad: het R.K. Wees- en Armenhuis St. Jozef op het Achterom. Na een periode dat dit alleen voor ouden van dagen werd gebruikt, is het in 1985 geschikt gemaakt voor bewoning door jongeren.

8. Het Catharinaklooster, tussen St. Geerten en St. Maria, stond aan de Gouw bij de hoek Muntstraat/Achterstraat (van 1400 tot kort vóór 1566). Het werd rond 1550, toens de aanwas van kloosterlingen minderde, met het St. Geertenklooster opgenomen in het St.Agnesconvent. Tertiarissen (d.w.z. de derde regel volgend) van St. Franciscus. Deze waren meestal niet geprofest zoals de broeders tercianen en waren als kloostergemeenschap nogal rijk.Volgens Velius (onder 1574) was het Catharinaklooster het rijkste van alle kloosters in de stad. In de kapel ervan werd in 1586 de Westfriese Munt gevestigd, waar de Muntstraat naar genoemd is.

9. Het klooster Pietersdal (1426-1573), met kerkhof, stond eerst enigszins buiten de stadsomwalling, maar sinds 1510 erbinnen. Gesticht vanuit de Hieronymieten o.l.v. Frederick Matthijsz. aan de Veemarkt werd het al in datzelfde jaar 1426 opgeheven omdat daar de bewalling moest worden doorgetrokken, werd het in 1457, naar het Dal verlegd, vergroot en meer officieel gesticht. In 1508 kwam het klooster binnen de wallen te liggen. De broeders waren eerst tertianen (men spelde vaak: tercianen) met priesters in hun midden, vanaf 1461 franciscaanse of carmelitaanse Kruisbroeders. De eersten eersten waren afkomstig uit Amsterdam. Ze voorzagen in hun onderhoud door o.a. bierbrouwen. In 1462 kwam de nieuwe kerk tot stand die functionneerde tot 1692. Het klooster beschikte ook over een kerkhof. Na 1577 werd hun gebouw -gewijzigd in 1617- Oude Mannen- en daarna (1639) ook Oude Vrouwenhuis (met dolhuis, "Het Vierkant"genoemd, voor krankzinnigen en criminelen vanaf 1583, verbeterd in 1617 en pas opgeheven in 1814). Daarvóór stond het Oude Vrouwenhuis van 1606 tot 1630 aan de Wisselstraat, in de oude kloostergebouwen. Naast het Pietersdalkloostergebouw bevond zich indertijd het in 1685 heropgerichte huiszittenarmenweeshuis -het was enige tijd gesloten geweest-, het tweede burgerlijke weeshuis van Hoorn. Die plek (tegenover St. Clara) heette vanouds 'het weidje' en daar had vroeger het pesthuis gestaan van 1572 tot 1599, waarna de schutterij die zich in de oude kerk had gevestigd er gebruik van maakte. De gevel van het St. Pietershof is van 1692, toen werd de oude kapel gesloopt. In 1969 werd het gerestaureerd en moderner ingericht. Nog steeds fungeert het als Oude Mannen- en Vrouwenhuis, maar nu zonder dolhuis!

De Noorderkerk
De Noorderkerk

10. De Onze Lieve Vrouwe- of Noorderkerk (hout 1426, steen 1440-1441, gewijd 1462, vergroot 1506-1509 en 1519, protestants 1572)stond en staat aan het Kleine Noord, met het in 1599 verhoogde kerkhof. Ze was anderhalve eeuw lang dé bedevaartskerk van Westfriesland vanwege het beeld op het hoogaltaar van Maria van Hoorn (1426-1570). Volgens Velius was de kerk onder dwang van Claes Geraerdsz. de Molenaer gebouwd op de grond van het huis van Claes Doede(n)s(z) omdat die na weigering aan de pest was gestorven en zijn buren de weduwe onder druk zetten om het Mariabeeld dat in de haven van Hoorn was gebleven na tegenwind -het was eigenlijk bestemd voor Friesland- een waardige plaats te geven. Veel pelgrims wisten er de steun van Maria te vinden tot het beeld in 1570 verdween na de beeldenstorm. Misschien bewaard op een zolder of in een schuilklooster werd het beeld in het begin van de twintigste eeuw herondekt en via particulieren en veilingen in 2007 (voorzien van een zeventiende eeuws kroontje) naar het Westfries Museum gebracht omdat herplaatsing op de eigenlijke plek (nog) niet mogelijk was. In 1802 werd het priesterkoor ingericht als armenkerk. De Noorderkerk -gerestaureerd in de jaren 1936-1938 en recentelijk in 1970 en 1985- is nog steeds in gebruik als protestantse kerk (nu PKN) maar er vinden ook andersoortige bijeenkomsten plaats.

11. Op de weg naar Berkhout stond bij het Keern vanaf 1445 (of 1449) een St. Lazarus-leprozenhuis. Misschien daarvóór vanaf 1439 al een wat kleinere voorziening aan het Dampten, dus iets verder van de stad, die door brand was verwoest. Er was een kapel bij die werd bediend door een van de priesters van de kruisbroeders van het Pietersdal. Tot het einde van de zestiende eeuw heeft het deze bestemming gehad. Daarna was het een proveniershuis voor arme oude mannen en vanaf 1606 ook voor arme oude vrouwen. Die bestemming had het tot 1662 (toen de functie ervan opgenomen werd in het Pietersdalcomplex), waarna het nog enige tijd gebruikt werd als boerenschuur.

12. De St. Antonius- of Oosterkerk bevond en bevindt zich aan het Grote Oost, gebouwd door een van de gebroeders Doedensz. in 1450 of 1453. Begonnen als kleine houten Antoniuskapel (steen in 1483) die pas gewijd werd in 1488, terwijl ze al was vergroot in 1453. Pas in de dagen van Claes Joestz. kwam het kerkgebouw tot stand (1494-1500, vergroot in 1519-1520) dat uiteindelijk gewijd werd in 1523. Al in 1566 werd de kerk als enige aan de protestanten toegewezen omdat de toenmalige pastoor Clement Maertensz. de Lutherije was toegedaan. Toch werd er in 1573 nog een nieuwe pastoor benoemd terwijl Maertensz. de eerste dominee van de toen protestants geworden Grote Kerk werd. De tegenwoordige gevel is van 1615-1616. Tussen 1978 en 1982 vond een grote restauratie plaats. Ook nu wordt de Oosterkerk nog wel eens gebruikt voor hervormde kerkdiensten maar officieel is zij (mede vanwege het prachtige orgel uit 1764) cultureel centrum vanwaaruit vaak uitvaarten plaatsvinden.

13. Het Magdalenaklooster bij de Corneliuskapel aan het Groote Oost. Het plan is van 1450 toen de gebroeders Doedensz. het niet eens konden worden over de plaats van een door hen te bouwen kapel. Het werden er dus twee: deze kloosterkapel op de hoek van de Bagijnensteeg/het Oost en de kapel die aan de Oosterkerk ten grondslag ligt. De Corneliuskapel van Cornelis Claesz. Doedensz. werd gewijd in 1453 en het erbij horende Magdalenaklooster is van 1464. De zusters waren conversinnen van St. Augustinus. Hun klooster had veel ups en downs. Om de ruzie tussen de zusters enigszins tot bedaren te brengen werden er vanaf 1547 burgers in het klooster gehuisvest en in 1563, tijdens de vergroting van het weeshuis bij de Grote Oost, werden er wezen ondergebracht. Het werd, verdacht van wanorde en Lutherije, al vóór 1570 opgeheven. De kapel werd gesloopt in 1570.

14. Sinds 1467 stond het Claraklooster op de Kleine Noord ten zuidoosten van de Mariakerk. De bewoonsters waren franciscaanse Clarissen, boetezusters of barrevoetszusters genoemd. Ze deden aan ziekenzorg en kleding maken. Het klooster werd in 1500 herbouwd in steen en handhaafde zich tot in 1572.

15. Het klooster Bethlehem aan de Bangertse kant van Wester-Blokker werd vanuit Sneek voor franciscaanse tertiarissen gesticht in 1474 of 1475. De kapel was van 1494 of 1499. In 1479 waren de zusters al overgegaan naar de regel van St. Augustinus en later plantten ze zich uit naar waar ze vandaan kwamen: Sneek in Friesland: het klooster Nazareth. De zusters voorzagen in hun onderhoud door o.a. een brouwhuis en een wasserij. Ook hun kruidentuin kwam van pas, vooral toen zuster Styn (Christina) er medicijnen door wist te maken (1511). In 1573 werd het klooster verlaten en afgebroken om te worden opgevolgd door een boerenhoeve.

B. Vanaf de Schuilkerkentijd

Na de alteratie (= de overgang naar de 'gereformeerde religie' van de stadsbestuurders) die in Hoorn door invloed van de Geuzen haar beslag kreeg in 1572-1573, bleef de meerderheid van de bevolking gewoon katholiek maar mocht alleen de calvinistische vorm van protestantisme legaal worden uitgevoerd. Zelfs nadat Maurits in 1618 in Hoorn was geweest om de stricte richting, de contra-remonstranten, te steunen door de vroedschap en de burgemeesters nogmaals te vervangen en de drie grote kerken (op het Kerkplein, op het Kleine Noord en op het Oost) definitief aan de calvinistische protestanten toe te kennen, wilden grote groepen van de bevolking dat via schuilkerken meerdere vormen van godsdienstuitoefening mogelijk zouden blijven. Ook al moest daarvoor betaald worden aan de overheid. Er waren in Hoorn zeker acht schuilkerken, de meeste (vijf, later drie) rooms-katholiek. Zelfs in 1850 was ondanks de achterstelling nog bijna éénderde van de Hoornse bevolking rooms, na 1870 zelfs ruim éénderde, in 1930: 36%, in 1947 en 1975: ruim 40%. Er zijn getallen van de telling op het punt van kerkelijke gezindte uit 1840 (afgezien van de tijdelijke 'inwoners' van de penitentiaire inrichting, de zgn. Krententuin): op een bevolkingstotaal van 7945 waren er 4651 hervormd (de Afscheiding van 1834 is niet verwerkt), 2446 rooms (in 1870: 3008), 393 joods, 363 luthers (van wie 228 hersteld -een tijdelijke afscheiding-), 187 doopsgezind en 133 remonstrants. Totale onkerkelijkheid kwam toen officieel nauwelijks voor maar van de hervormden waren er nogal wat ongelovig geworden, wat aanleiding is geweest tot de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 waardoor de Gereformeerden ontstonden. In 1947 was 34% van de Hoornse bevolking protestants en 24% onkerkelijk maar in 1975 was dit omgedraaid: 18% protestants en 37% onkerkelijk. Het is misschien goed te beseffen dat de bevolkingsaanwas van Hoorn niet 'regelmatig' is geweest: kort vóór 1400 waren er al ruim 3000, in 1492 plusminus 6000 inwoners en ook in 1520 +/- 6000, tegen het einde van de zestiende eeuw: 4600, in 1622 (na het opkomen van Hoorn als bestuurscentrum en internationale handelsstad): 14139, in 1732: 16200, in 1795: 9551, in 1809: 8193, in 1816: 7500, in 1830: 7400, in 1840: 8668, in 1851: 9300, in 1879: 10200, in 1900: 10804, in 1910: 11000, in 1930: 12049, in 1940: 12988, in 1957: 15000, in 1960: 16000, in 1975: 23000 en nu, in onze tijd, (vanwege de nieuwe wijken): bijna 70.000, maar daar zijn Zwaag, Westerblokker en een deel van Berkhout (vanaf 1969 gem. Hoorn) bijgerekend.

a) de Roomse schuilkerken:

1 en 2. Vanaf 1608 was er in de Peperstraat -bij een van de oude kloostergebouwen van de Agnieten- een Jezuïetenstatie, genaamd 'Het Klooster'. Deze orde was in 1540 met instemming van de paus (Paulus III) opgericht door Ignatius van Loyola om de handhaving van het rooms-katholicisme volgens de richtlijnen van het komende concilie van Trente door te zetten. In 1623 werd er in de buurt van de eerste 'statie' een tweede Jezuietenconvent met schuilkerkje ingericht: 'De Kapel'. In 1656 werden ze samengevoegd als 'Het Witte Lam' en de 'Lamskerk' bleef bestaan tot het definitieve vertrek van de Jezuïeten uit Hoorn in 1776, ondanks de meermalen (vanaf 1730) herhaalde verbodsbepalingen van de overheid. Hun orde was toen (1773) door de paus (Clemens XIV) tijdelijk opgeheven, tot het herstel ervan in 1814 door Pius VII. De Jezuieten zijn nooit meer in Hoorn teruggekomen.

3 en 4. Aan het Nieuwe Noord was sinds 1611 in een woonhuis een schuilkerkje ingericht door de saeculiere pastoor Gerardus Eenhuysen. Het pand heette 'De Drie Kalfjes'. Gerestaureerd in 1821 diende het als zodanig tot 1827 toen pastoor Antonius Steinbach verhuisde naar de Muntstraat en in de oude Mariakapel aan de Achterstraat ging kerken, die hij door zijn achtertuin kon bereiken. In 1877 brandde de kerk door de stommiteit van een naburige weesjongen bijna geheel uit en moest er een nieuwe roomse kerk komen. Intussen had een andere saeculiere pastoor (saeculier=niet-verbonden met een kloosterorde maar rechtstraeeks met de bisschop, ook wel wereldgeestelijke genoemd), Nicolaus Lonius (= van Loon), een kerkje aan de Slijksteeg vanaf 1617 -misschien zelfs al vanaf 1611-, ook met Cyriacus als patroon net als de Kalfjeskerk. De pastorie stond om de hoek aan het Kleine Noord. Onder protest van de betreffende parochianen werd deze statie na het vertrek in 1827 van pastoor Franciscus van Crimpen in 1828 verenigd met die van de Achterstraat. De oude Mariakapel was voortaan de R.K.Cyriacuskerk. Tot 1880.

De 19de eeuwse Cyriacus- en Franciscuskerk
De 19de eeuwse Cyriacus- en Franciscuskerk
5. Jarenlang heeft er nog een tweede 'reguliere' (=aan een kloosterorde gebonden) statie gefunctioneerd: de Franciscanerkerk aan het Achterom met uiteraard Franciscus als patroon. Eerst als schuilkerk: de ingang was aan het Achterom omdat de 'voorgevel' aan het Grote Noord niets mocht verraden: er waren daar drie gewone huisgevels te zien waarvan er een 'De Drie Tulpen' heette. Er schijnt daarnaast al vanf 1471 een kleine Mariakapel te zijn geweest op de hoek van de Gelderse Steeg.Vanaf 1622 was pater-minderbroeder Jacobus Tyras O.F.M. -hij kocht een huisje in 1624- doende als pastoor van de Franciscaner schuilkerk die pas 'geopend' werd in 1632 en verbouwd in 1643. Hij was een beroemd predikant en trok veel belangstellenden. In 1755 werd de kerk veranderd en vergroot met een mooie voorgevel aan het Achterom. Ook de pastorie was daar gevestigd. In de kerk kwamen allerlei kunstwerken: een gebeeldhouwde preekstoel, een groots orgel (1730) en twee Mariabeelden. Een ervan is nu in het Catharijneconvent in Utrecht en het ander is als piëta-deel van een Calvariegroep nu het centrum van het Stiltecentrum op het Grote Noord. Dit beeld is enige tijd 'opgeborgen' geweest bij de zusters aan de Ramen en in 1923 -ten onrechte gezien als het aloude Maria-van-Hoorn-beeld en misschien bij de beeldenstorm gered uit het Pietersdalklooster of de Grote Kerk- naar het Stiltecentrum gebracht. De laatste pastoor van de Achteromkerk was tot 1868 Reinerus van Ewijk, daarna werd ze een 'bijkerk' van de Cyriacus aan de Achterstraat om in 1878 te worden afgebroken en plaats te maken voor de nieuwe Cyriacus- en Franciscuskerk aan het Grote Noord in 1880: de Koepelkerk, in gebruik vanaf 1882. Het inleveren van de Franciscanerkerk aan het Achterom betekende niet (wel: voorlopig) het einde van de aanwezigheid van Franciscanen in Hoorn. Na de Tweede Wereldoorlog werd voor de verdere geestelijk ontwikkeling van West-Friesland het vormingscentrum 'Dijk en Duin' aan de Wilhelminalaan ingericht o.l.v. een groep Franciscanen die in eerste instantie (1957-1960) afkomstig waren van hun klooster in Nieuwe Niedorp (begonnen in 1907, grootser opgezet in 1943). Daar werd hun klooster van 1960 tot 1988 overgenomen door de hun verwant zusters Clarissen. De Hoornse Franciscanen woonden op Dijk en Duin van 1960 tot 1974 en daarna op de Astronautenweg tot 1982. Het gebouw aan de Wilhelminalaan werd tot 1998 door hen gebruikt voor allerlei activiteiten en dat is nog zo, nu onder beheer van de Dick Laanstichting. Het (sub)dekenaat Hoorn heeft er zijn domicilie alsmede een afdeling van de GGZ en een PKN- dominee. Op het terrein is sinds enkele jaren ook het Hospice Dignitas gevestigd. De Franciscanen hebben zich ook ingezet voor de r.k.parochie: in de Grote Waal voor de wijkopbouw, voor het kerkblad "Sursum Corda", voor de oecumene en voor de vernieuwing van de katechese. Tot op de dag van vandaag is de Franciscaanse Werkgroep actief.

b) andere schuilkerken:

De Lutherse Kerk
De Lutherse Kerk
1. De Lutheranen. Aan het begin van de zestiende eeuw (1517) werd het opkomende protestantisme nog vaak Lutherije genoemd naar de grote kerkhervormer in geestelijk opzicht, terwijl het doorzetten ervan in de Nederlanden na de alteratie veeleer van het Calvinisme uitging omdat Calvijn de grote kerkhervormer werd in organisatorisch opzicht. Het Calvinisme kreeg ook in Hoorn het alleenrecht in 1620, al kwamen er in de loop van de Gouden Eeuw al weer meer tolerante bestuurders in de vroedschap. Maar ook de Luther-aanhangers kwamen in schuilkerken terecht. Ze begonnen in 1628 o.l.v. de Duitse ds. Johannes Vijand uit Emden in een bakkerij aan de Hanekamsteeg en later op een grote zolder, maar vanaf 1631-1632 was er voor degenen die niet meer met ds. Vijand maar met ds. Olaus in zee wilden een kleine kerk in de Tempelsteeg. In 1769 gingen beide groepen samen verder in een nieuwe kerk aan de Ramen Het beroemde orgel, van de zoon van de beroemde Christaan Müller, is van 1773. Tussen 1801 en 1815 kerkte een afgescheiden groep, de hersteld Luthersen, in het Foreestenhuis, maar in 1815 verenigde die zich weer met de Evangelisch Luthersen aan de Ramen. De kerk werd in de oude stijl gerestaureerd in 1976. Er is een goede goede samenwerking zowel met de PKN als met de katholieken.

De voormalige Doopsgezindende Kerk
De voormalige Doopsgezindende Kerk
2. De Doopsgezinden. Al was hun afkomst verbonden met de revolutionaire Wederdopers die al in 1535 in Hoorn waren verschenen, de doopsgezinden hebben altijd een door het stadsbestuur gewaardeerde inbreng gehad in de Hoornse samenleving. Al vanaf 1550. Menno Simonsz. had al in 1543 Hoorn bezocht. Velius (10-01-1572 tot 23-04-1630), de Hoornse kroniekschrijver, was van doopsgezinde huize maar werd later (om politieke redenen?) 'gereformeerd'. Toch durfde hij in zijn boek best kritiek te leveren op de calvinisten o.a. w.b. hun agressiviteit t.o. de Hoornse begijnen in 1573 en hun heulen met Maurits inzake Van Oldenbarneveldt. Ook Vondel had goede contacten met de Hoornse Doopsgezinden, hij hoorde immers bij de velen die na de val van Antwerpen (1585) naar Keulen en/of het Noorden (o.a. naar Hoorn) waren getrokken. Hun eerste kerkje stond achter de Grote Kerk in de Peperstraat, hun tweede achter de Lutherse, hun derde tot 1800 aan de Nieuwsteeg tegenover de oude Caeciliakapel. Dat kwam ook door de vele afscheidingen: tot 1865 bijvoorbeeld bleef er nog een groep kerken in de Peperstraat en het Gerritsland. De doopsgezinden waren oorspronkelijk merendeels immigranten uit Friesland waar de hun verwante Mennonieten zich gevestigd hadden (in de 17de eeuw waren dat er in Hoorn ongeveer 300) terwijl een andere groep afkomstig was uit Waterland (in de 17de eeuw ongeveer 118) en weer anderen uit Vlaanderen. Tijdelijk, van 1689 tot 1723, zijn deze groepen gescheiden geweest maar in 1747 verzoenden ze zich met elkaar. In de 18de eeuw minderde hun getal tot 212 in 1747. Wel was er vóór de revolutietijd (De Verlichting) nog een opleving door de bijzondere koopman-diaken Cornelis Ris(1717-1790) die in 1777 een zgn. 'armenschool voor allen' oprichtte vanuit het idee dat er eenheid in verscheidenheid kon bestaan bij bestrijding van armoede en onontwikkeldheid. Hij werd daar al vanaf 1759 bij geholpen door de literaire kring 'Magna Molimur Parvi' (='Wij, geringen, brengen grote dingen op gang.'). Rond 1850 groeide er een grote eensgezindheid. Vanaf 1864 hadden de Doopsgezinden een tamelijk opvallende kerk ongeveer op de hoek van de Ramen en de Turfhaven. Vanaf 1969-1970 gingen ze samen met de Remonstranten kerken in het Foreestenhuis op het Grote Oost. Hun kerkgebouw werd eerst de vleesfabriek van de doopsgezinde familie Groot, daarna een winkel (Action).

3. De Remonstranten. Toen prins Maurits als stadhouder de kant van de Contra-remonstranten koos en de synode van Dordt de Remonstranten had weggezonden (1619), gingen degenen die met de Remonstrantie hadden ingestemd hun eigen weg in de geest van Jacobus Arminius (1560-1609), Johan van Oldebarneveldt, Hugo de Groot en Johannes Wtenbogaert. Ook in Hoorn: ze werden in 1618 uit de Grote Kerk gezet en verschuilden zich in burgerhuizen en in een pakhuis. Vanaf 1614 was dominee Sapma hun voorganger en -na eerst nog uitgeweken te zijn naar Blokker- trokken zijn aanhangers (er waren er vele in Hoorn!) in 1631-1632 in de voormalige brouwerij van het huis Roohand, een monumentaal pand aan de Ramen. De gevelsteen ervan is nu ingemetseld aan de gevel van Ged. Turfhaven 34, waar tegenwoordig de vishandel van Hoogland is. Velius vertelt dat de Remonstranten door de drijverij van de contra-remonstrantse predikanten die de baas speelden over de vroedschap, al in 1625 uit het brouwhuis verdreven werden. Als zijstraat van de Ramen bestaat nu nog de Arminiaanse Glop als herinnering aan de verblijfplaats van veel 'rekkelijken', die in eerste instantie dominant waren geweest in Hoorn. Velen onder ons hebben op de middelbare school het beroemde gedichtje van Vondel (1618) uit het hoofd geleerd: "Gommer en Armijn te Hoof dongen om het recht geloof: ieders ingebracht bescheid in de weegschaal werd geleid. Docter Gommer, arme knecht, had het met de eerste slecht daar de schrandere Armijn tegen Beza en Calvijn lei de rok van d'Advocaat en de kussens van de Raad en het brein dat geenszins scheen ijdel van gezonde reên. Brieven die vermeldden plat 't heilig recht van ied're stad. Gommer zag vast hier en ginds tot zo lang mijn heer de Prins Gommers zijd' die boven hing, troostte met zijn stalen kling die zo zwaar was van gewicht dat al 't and're viel te licht! Toen aanbad elk Gommers pop en Armijn die kreeg de schop." (Gommer=Franciscus Gomarus (1563-1641) de precieze Calvinist; Hoof=Haagse Hof; dongen=twistten; bescheid=argumenten; geleid=gelegd; met de eerste=in eerste instantie; Beza en Calvijn=de preciezen; lei=legde; Advocaat=Johan van Oldebarneveldt, landsadvocaat; ijdel=leeg; reên=bewijsvoering; plat=duidelijk; hier en ginds=in paniek; Prins=Maurits de contra-remonstrant; kling=zwaard; pop=godsbeeld).
De Chronyk van Hoorn (van 1604, herdrukt in 1617 en 1648) van onze plaatselijke geschiedschrijver Dr. Theodorus Velius (1572-1630), arts en als doopsgezinde lid van de vroedschap -later werd hij 'gereformeerd' maar niet zozeer calvinistisch-, werd in 1740 heruitgegeven met aanvullingen van de remonstrantse dominee Sebastiaan Centen (1691-1756). In de achttiende eeuw stonden sommige Remonstranten sterk onder invloed van de zgn. Rijnsburger Collegianten -er was in Hoorn zelfs een daardoor afgescheiden groep- en in de loop van die eeuw ook onder die van de Verlichting. Het schijnt dat sommige Remonstranten ook nog enige tijd aan de Westerdijk hebben gekerkt. In 1868 trokken ook die naar het Foreestenhuis aan het Grote Oost waar ze in 1969-1970 de Doopsgezinden welkom heetten. Ondanks bepaalde theologische verschillen: voor Remonstranten b.v. is de doop een 'gering gebeuren' terwijl de Doopsgezinden er juist zoveel waarde aan hechten dat ze niet willen weten van kinderdoop. Maar de geassocieerde DoRe-gemeente in Hoorn is een succes. Het Foreestenhuis zelf (van de regentenfamilie Van Foreest) is van 1724, het orgel in de huiskerkzaal van 1865. Tussen 1804 en 1815 werd de kerkzaal al gebruikt door een afgescheiden groep Lutheranen en daarna werden er Remonstrantse diensten gehouden. De kerk aan de Turfhaven werd geveild in 1815.

4. De Joodse synagoge. Van een Joodse schuilkerk is natuurlijk geen sprake, niet alleen omdat hun gebedshuis 'synagoge' heet en niet 'kerk', maar ook omdat er pas vanaf 1770, toen de godsdienstvrijheid al ver gevorderd was, een Portugese synagoge 'Newe Sjaloom' was op de Italiaanse Zeedijk. Die is pas in 1953, dus na alles wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, gesloopt. Toch woonden er al vóór 1600 Joodse handelslieden in Hoorn, meestal afkomstig uit Spanje en Portugal (soms 'maranen'=schijnchristenen) of uit Hamburg. Ze verkeerden vaak in Mennonietenkringen omdat men daar geen kinderdoop kende. Een van de priesters van de Mariakerk, Francesco de Costa, was eigenlijk joods en keerde later ook weer tot de joodse godsdienst terug. Al vanaf 1777 was er een Joods kerkhof op het Weeltje waar tot 1952 begraven werd. In 1968 werden de graven overgebracht naar een apart gedeelte van het kerkhof langs de Berhouterweg. Joden werden net als elders buiten de gewone gemeenschap gehouden, ofschoon vooral in het medisch milieu hun aanwezigheid van groot belang was. Uit de straatnaam 'Jeudje' wordt vaak afgeleid dat er al vanaf de middeleeuwen Joden in Hoorn woonden en dat die waarschijnlijk aan de opkomende handel hebben deelgenomen. Poolse Joden kwamen pas later in Hoorn. In 1670 waren er 20 joodse gezinnen in Hoorn, in 1770 ongeveer 50 en in het begin van de negentiende eeuw 45. In 1850 werden er 450 Joden in Hoorn geteld. Er was toen ook een Joodse school. Tegenwoordig kunnen de weinige Hoornse Joden in Alkmaar of in Heerhugowaard terecht. Of in Amsterdam.

Op het Oostereiland stond vanaf het begin van de zeventiende eeuw het Admiraliteitencomplex dat als een soort magazijn voor de scheepvaart heeft gediend tot het begin van de negentiende eeuw. Tussen 1817 en 1827 was het ingericht voor de opvang van bedelaars (én bedelaressen!). Vervolgens (vanaf 1828) kreeg het de functie van 'correctiehuis' oftewel gevangenis ('De Krententuin') en van 1886 tot 1932 was het een rijkswerkinrichting om de werkloosheid tegen te gaan. Daarna is het huis van bewaring geweest en ook nu nog dient het -maar waarschijnlijk niet lang meer- voor korte detenties. Tot voor kort werden er ook (oecumenische) diensten gehouden net als nu nog in 'de Glasbak', de penitentiaire inrichting in Zwaag.

c) De tegenwoordige groepen

Kort voor de 21ste eeuw (1 januari 1979) werden de dorpen Zwaag en Westerblokker bij de gemeente Hoorn gevoegd. Beide 'kerkdorpen' werden kerkelijk gedomineerd door de katholieken en de hervormden. In Zwaag, waar misschien al een kerkje gestaan heeft vóór 1200 en waarschijnlijk een van 1234 tot 1254, is de oude Martinuskerk van 1395 (eerst van hout, later in steen). Die werd herbouwd na de brand van 1550. Ze was toen al in handen van de hervormden (sinds 1548). De kerk zoals die er nu staat aan de Kerkelaan is van 1560 en na een achteraf betreurde verbouwing in 1794 en een aantal keren boktorbestrijding is ze nog niet zo lang geleden (1974) in de oorspronkelijke staat gerenoveerd en toevertrouwd aan de PKN-gemeente waar ook de Risdam op aangewezen is. De rooms-katholieke St. Martinuskerk stond vanaf de 19de eeuw (na de schuilkerkperiode) met pastorie aan de Dorpsstraat (waar nu Deen is) en is in 1933 door pastoor Nuijen verplaatst naar de straat die later naar hem genoemd werd. Het (vergrote) kerkhof rond de Lourdeskapel (die door pastoor Masker werd ingericht in 1882) werd ook overgebracht naar de Nuijenstraat evenals de pastorie. De parochie van Zwaag werkt al enige jaren samen met die van Westwoud (de kerk daar is een van de eerste na het herstel van de Hiërarchie in 1853, het orgel is van 1863) en Westerblokker. De hervormde Michaëlkerk van Westerblokker staat sinds eeuwen op de hoek van de Westerblokker en de Kolenbergstraat. In de 19de eeuw betrokken de rooms-katholieken er hun St. Michaëlkerk aan de overkant van de hoofdstraat (met pastorie en kerkhof), tot er in de zeventiger jaren van de vorige eeuw een nieuwe kerk gebouwd werd aan de Plantage en hun oude kerk tot tapijthal verviel. Er zijn Blokkersen die de geschiedenis zouden willen terugdraaien.

In Hoorn werd tegenover de Berkhouterweg in 1928 het zgn. Missiehuis gebouwd voor de opleiding van de fathers van Mill Hill. Die hadden eerst het oude schoolgebouw van de zusters aan de Ramen (1870-1925), vrijgekomen toen in 1922 de Jozefschool aan het Achterom begon, vier jaar gebruikt. Dat was gevestigd in enkele patricierspanden uit de achttiende eeuw die de plaats hadden ingenomen van de Tempel der Contra-Remonstranten en het tijdelijke armenweeshuis daar. Ook de West-Indische Compagnie was er gevestigd geweest. Maar de Mill Hill-orde groeide en bloeide in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zodat er ruimte moest komen voor de vele (vaak uit West Friesland afkomstige) priesterstudenten, aanstaande missionarissen. Achter het gebouw lag een boerderij die werd onderhouden door enkele broeders van de Mill Hill-orde zoals de bijna beroemde broeder Cyrillus Blankendaal. De kinderen van het Keern konden door over het slootje te springen gezelligheid en ontspanning zoeken bij de dieren van die boerderij. Er was ook een eigen kerkhof bij waar sommige katholieken (zoals Rector Smulders van het Werenfriduslyceum) in de periode dat het R.K. Kerkhof aan de Drieboomlaan op last van de gemeente gesloten was -het is nu weer volop in gebruik- liever begraven wilden worden dan op het volgens hen te neutrale kerkhof aan de Berkhouterweg. Toen in de jaren zestig het Missiehuis werd opgeheven, werd het gebouw geschikt gemaakt voor het SOW (de burgerlijke Stichting Opbouw West Friesland, samenwerkingsorgaan van de Westfriese gemeentes) en bij de ontbinding daarvan kwamen het gebouw en het terrein in handen van De Nijs Participatie Hoorn B.V. die er een kantorencomplex gaat vestigen.

Eerst heette de Hervormde Kerk: de Gereformeerde Religie. Ze werd kort na de alteratie gedomineerd door de contra-remonstanten die eerst in enkele herenhuizen aan de Ramen kerkten maar al gauw (1620) de Grote Kerk kregen toegewezen. Vanaf 1620 werden die herenhuizen nog als een soort weeshuis voor jongens en meisjes gebruikt, maar dat duurde volgens Velius maar korte tijd. Nadat de 'Gereformeerde Religie' vanaf koning Willem I 'de hervormde kerk' genoemd werd, ontstonden er twee scheidingen: de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886, die zich later verenigden in 'De Gereformeerde Kerken van Nederland'. Kerkelijke Centrum Het Octaaf
Kerkelijke Centrum "Het Octaaf"
In Hoorn kerkte deze verenigde gemeente jarenlang in de Mariakapel van de Achterstraat (1877-1968) tot er een nieuwe kerk gebouwd werd: Het Oktaaf. Rond het jaar 2000 kwam het PKN-proces op gang: één protestantse kerk in Nederland van Hervormden, Gereformeerden en zo mogelijk Lutheranen. De hervormde Noorderkerk (waarin de sinds 1934 apart kerkenden van de meer evangeliserende Buitengewone Wijkgemeente Eikstraatkerk werden opgenomen in dat jubeljaar), de nieuwe gereformeerde kerk 'Het Octaaf' (aan de J. D. Pollstraat vanaf 1968) en de hervormde kerk Zwaag-Risdam deden en doen eraan mee. De Lutheranen zijn ermee geassocieerd. De Do-Re-gemeente voelde en voelt zich te weinig kerk om mee te doen, maar heeft net als de Luthersen en de Katholieken de beste contacten met de PKN. Zowel in Hoorn als in Zwaag-Blokker is er een actieve Raad van Kerken die de verdere oecumene wil bevorderen. In Hoorn komen de pastores en predikanten regelmatig bijeen voor overleg (het Pep) o.l.v. de pastores van het Westfries Gasthuis. Daar wordt elke zondag een oecumenische dienst/viering gehouden waar veel van uitgaat, niet alleen voor de zieken. Ook in Lindendael (het vroegere St. Jansziekenhuis aan de Koepoortsweg) is er elke zondag een viering/dienst met een grote variatie aan voorgang(st)ers.

Intussen zijn er in Hoorn twee moskeeën. Eerder was er al een in een primitieve behuizing aan de Pakhuisstraat maar sinds 1991 hebben de Turkse moslims een prachtig gebouw (met veel gastvrijheid en een vriendelijke moskeewinkel) aan de Vredenhofstraat. De meer besloten Marokkaanse moskee (Alfath) is rond 1992 ondergebracht in een inmiddels verbouwde school aan de Joh. Poststraat. Elke vrijdag en vooral in de Ramadanmaand is het er een drukte van belang.

Er zijn in de gemeente Hoorn ook twee gebouwen voor Apostolischen: een sinds 1966 van het Apostolisch Genootschap (in 1780 ontstaan in de kring van enkele Engelse studenten) aan de Hoogerbeetsstraat en een van de Nieuw-Apostolische Kerk aan de Westerblokker. De laatste tijd zoeken beide groepen wat meer naar contact met andere gelovigen.

De Engelbewaarderskerk
De Engelbewaarderskerk
Sinds 1961 staat aan de Joh. Poststraat in Hoorn Noord de R.K. Engelbewaarderskerk. Toen in de jaren vijftig van de vorige eeuw de Koepelkerk uitpuilde, werd besloten tot een grote maar goedkope kerk voor de toen nog enige nieuwe wijk van Hoorn (afgezien van het Venenlaankwartier) die vanaf 1958 tot stand kwam o.l.v. bouwpastoor Hupperetz. Er was plaats voor achthonderd mensen en er kwam een groot priesterkoor in met het altaar vrijstaand in het midden zodat de liturgie op moderne wijze gevierd kon worden. De architectuur was modern: veel natuurlijk licht door ramen die uitzicht gaven op de buitenwereld, een originele doopruimte, een kleurrijk glas-in-beton-raam en een door dirigent-organist Jos Moeskops zelf ontworpen goed orgel. Maar het dak, de verwarming en de vloer waren zo goedkoop ondernomen dat er in 1991 een grondige renovatie en herindeling plaatsvond. Nu zijn er ruim driehonderd zit- en knielplaatsen, een nieuw Mariahoek, een kleine moderne biechtkamer, een opbaaraula, keuken, garderobe en toiletten en een ruime zaal voor allerlei bijeenkomsten. Hoorn Noord had vanaf 1958 (eerst met noodkerk) een eigen Engelbewaarders-parochie naast die van Cyriacus en Franciscus, maar toen ook de Grote Waal, de Risdam en de Kersenboogerd hun voorzieningen kregen (in de wijkcentra, in de Kb in een school) met hun pastorale centra, werd besloten het geheel onder te brengen in één parochie Hoorn, met twee kerken (een historisch, een modern) en een parochiesecretariaat met drukkerij in 'De Drie Tulpen' aan het Achterom. De laatste tijd is er meer samenwerking gegroeid met de parochies van Zwaag, Westerblokker en Westwoud.

Verdere Groepen:

In de Grote Waal houdt de Maranathagemeente haar bijeenkomsten en in de Oscar Romeroschool komen de Maranatha-ministeries bijeen. In de Copernicusschool is plaats voor de Christengemeente De Hoorn.

Ook de Pinkstergemeente leeft in Hoorn; ze heeft een kontaktadres op de Marketenster in de Risdam.

De Zevende Dag Adventisten kunnen in Enkhuizen terecht.

Aan het Keern is Interkerk gevestigd. Het initiatief tot deze hulpvaardige groep ging indertijd uit van de heer Stortenbeker en al jaren is vooral het recyclinggebeuren een ontmoetingspunt voor vele (vaak allochtone) mensen die een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken.

Er zijn in Hoorn drie Loges van de Vrijmetselarij: een heet Loge West Friesland (sinds 1858) en huist al jaren (na eerst een periode in de Oude Stadsdoelen en later op het Grote Noord) in het monumentale pand aan de Binnenluiendijk: het voormalige Westindische Compagniegebouw. De tweede heet Loge De Eenhoorn. Die bestaat sinds 1985 en maakt gebruik van hetzelfde gebouw. De derde is speciaal voor vrouwen en heet Maria Deraismes. Die is meer theosofisch van aard en bestaat sinds 2001-2002. Tussen 1778 en 1780 heeft er al een loge ('L'Esprit de Corps') bestaan in Hoorn. Die was er speciaal voor de hogere militairen van het daar gevestigde regiment. Er zijn nog twee andere groeperingen die zich Loge noemen: de Riv'ka Rebekkah-Loge 31 (maar die is geörienteerd op Enkhuizen) en de Loge van Odd Fellows (IOOF) Lambert Melisz., die tot voor kort in de Eikstraatkerk bijeenkwam.

Behalve de inmiddels in de PKN opgenomen gewone gereformeerden zijn er nog drie andere gereformeerde groeperingen actief in Hoorn: de Christelijk Gereformeerde Kerk die sinds 1959 bijeenkomt in de kapel van Dijk en Duin; de Christelijk Gereformeerde Kerk en de Vrijgemaakten onderhoudende artikel 31, die diensten houden in Enkhuizen; en de Nederlands Gereformeerde Kerk die bijeenkomt in de Oosterkerk.

De Evangelische Broedergemeente waar vooral veel Surinaamse immigranten bij aangesloten zijn, kwam tot voor kort bijeen in de Eikstraatkerk maar nu kerkt zij in de protestantse Martinus van Zwaag.

De Christengemeente Den Hoorn, voorheen genaamd Evangeliegemeente Beréa, komt niet meer bijeen in de Baanstraat maar is nu te vinden aan de Holenweg.

Oud-Katholieken zijn er in Hoorn heel weinig. Hun kerk staat in Enkhuizen. Op de Ramen wordt de Lutherse kerk ook gebruikt door de Hersteld hervormde evangelisatie van de Stichting 'Predik het Woord' die tevens bijeenkomst aan de Koepoortsweg.

Het Lectorium Rosicrucianum van de Rozenkruisers heeft sinds 1986 een ontmoetingsgebouw aan de Rode Steen. Boeddhisten zijn er in Hoorn in twee groepen: De Vietnamese Boeddhistische Samenwerking en de Kanzeon-Sangha Zen-boeddhisten op de Italiaanse Zeedijk. In Hoorn zijn ook Hare Krishna-hindoes die overtuigd in reïncarnatie geloven. Die gedachte vind je ook terug in de sfeer van de New Age-beweging.

Het Lectorium Rosicrucianum van de Rozenkruisers heeft sinds 1986 een ontmoetingsgebouw aan de Rode Steen.

Boeddhisten zijn er in Hoorn in twee groepen: De Vietnamese Boeddhistische Samenwerking en de Kanzeon-Sangha Zen-boeddhisten op de Italiaanse Zeedijk. In Hoorn zijn ook Hare Krishna-hindoes die overtuigd in reïncarnatie geloven. Die gedachte vind je ook terug in de sfeer van de New Age-beweging.

Baptisten zijn er in Hoorn zeer weinig. Hun enthousiasme leeft sterk in de omgeving van Andijk. De Vrije Baptistengemeente komt bijeen in Enkhuizen.

Ook het Internationale Zen Instituut is in Hoorn aanwezig; hun contactadres is in de Rotiusstraat.

De Antroposofische Vereniging heeft een adres in Blokker. En de Regenboog (een antroposofisch samenwerkingsverband) in Zwaag-Risdam.

Ook het Humanistisch Verbond heeft een adres in Zwaag-Risdam.

De Jehovah's Getuigen komen bijeen in hun nieuwgebouwde koninkrijkszaal aan de Nieuwe Steen.

De Heiligen van de Laatste Dagen vinden elkaar aan de Lepelaar.

Het Leger des Heils wordt algemeen gewaardeerd om zijn sociale inzet: er zijn in Hoorn twee adressen: Achterstraat en Achterom, maar voor nader kontakt wordt men verwezen naar Bovenkarspel.

Slotopmerking

Mocht u -ik hoop het- correcties of aanvullingen willen aanbrengen: als u ze bij mij inbrengt via mijn e-mail: gerardweel@zonnet.nl dan zorg ik dat ze zo spoedig mogelijk worden opgenomen.

Alvast hartelijk dank daarvoor!

Gerard Weel

Hoorn vanuit de lucht
Hoorn vanuit de lucht
 
 
 
Inhoud
 
 

Klik hier om deze scriptie in bestand in PDF formaat PDF formaat te openen met het programma Adobe Reader.

Klik eventueel op de knop hieronder om Adobe Reader gratis te downloaden:

 
Adobe Reader gratis te downloaden
     
Home |  © Gerard Weel |  ga naar bovenga naar boven