De situatie van de schrijver(s) en de lezers, hun plaats in de Nederlandse Letterkunde

Amsterdammers (en West-Friezen?) hebben weinig ontzag voor baasspelers. Keizer-in-spe Maximiliaan was Amsterdam dankbaar en niet andersom: hij zette haar na zijn bezoek aan 'de heilige stede' in 1489 de koningskroon (later: keizerskroon) op het hoofd. Karel V leende geld voor zijn soldaten van het Margarethaklooster in de Nes, maar moest daarvoor wel een aantal gronden bij Alkmaar in pand geven. Zijn dochter Margaretha van Parma kon met matiging van de plakkaten tegen de ketters vanuit Brussel nog wel wat bereiken, maar zijn zoon Philips II verknoeide door Alva te sturen de verhouding met Holland en uiteindelijk ook met Amsterdam. De opvang van protestanten en vaak rijke vrijdenkers uit het Zuiden waar het oude gezag zijn terrein terugveroverde, legde deze stad geen windeieren en haar internationale handelsbetrekkingen met het noordelijk en oostelijk buitenland deden dat evenmin. Om economische en politieke redenen schaarde zij zich uiteindelijk achter de Prins maar ze is nooit een geuzenstad geworden.

Mede door de komst van veel Waalse, Duitse en Scandinavische protestanten kreeg de Reformatie en in eerste instantie vooral het Lutheranisme en (tijdelijk) het Doperdom er voet aan de grond, ook in het Margarethaklooster van de Zusters van de Gansoirde, tertiarissen van het Gemeene Leven. In 1531 had ene jonker Hendrik van Antwerpen, hoveling van de Deense koning Christiaan II, het klooster al met Lutherse prediking geïnfecteerd (!) en in 1541 werd meester Floris de Jonghe, kapelaan van de kapel, “van Lutherije en andere heresie verdacht” en verbannen. In 1576, tien jaar na de in Vlaanderen begonnen Beeldenstorm, moest het klooster zijn eigendommen inleveren bij de inmiddels overwegend protestantse overheid en kreeg het, zogenaamd ter bescherming, inwoning van schutters en soldaten.

Tijdens de Alteratie in 1578 waren de zusters dus wel enigszins veilig, maar in 1584, het jaar van de moord op de Prins, werd het gebouw onteigend, al mochten de zusters er eventueel in blijven wonen om weeskinderen op te vangen. Tot ze uitgestorven waren, wat geschiedde in 1609, leefden ze in verdrukking en benauwdheid. In 1578, toen er nog twintig zusters over waren, werden hun geestelijken op schepen het IJ opgedreven (ze weken vaak uit naar Haarlem en omgeving) of aan de Diemerdijk gezet en moesten de achterblijvenden het doen met een geringe vergoeding voor hun diensten `opdat ze van den honger niet en zouden versmachten`. In die periode (1576-1609) kwamen de eerste uitgaven van het troostboekje van Tonis Harmansz. dus goed van pas. Vanuit die achtergrond kan men begrijpen wat er met `tot troost (de latere serie uitgaven heeft zoals gezegd `profijt`, wat te denken geeft!) van alle bedroefde herten` op de frontpagina bedoeld moet zijn. Tot 1609 wordt er nog van ‘non van het Margarethaklooster’ gesproken, maar in die latere jaren woonden de overgebleven zusters extern. In 1582 werd het patershuis van het klooster verhuurd aan een reformatorische, ‘fransoïsche’ schoolmeester. Dat huis was er dus! Daar kan Tonis gewoond hebben, al weten we niet zeker of hij geestelijke was. Voets beweert, zoals we zagen, van wel.

Wel weten we, dat in de jaren na 1585 op een deel van de kerkzolder van het klooster de twee rederijkerskamers bijeenkwamen: `‘t Wit Lavendel’, Vlaams, met de zinspreuk ‘Uyt Levender Ionste’ (met o.a. Carel van Mander en later Joost van den Vondel) en ‘d’Egelantier’, meer autochtoon, met de spreuk `In Liefde bloeyende` (met o.a. Hendrik Laurensz. Spieghel en later Gerbrandt Adriaensz. Bredero, die naast het klooster geboren werd). Gedurende een lange periode in de zeventiende eeuw gaf dr. Nicolaas Tulp op deze plaats anatomieles. Ook kwamen soms de prinsen Maurits en Frederik Hendrik en vaker Bredero en Heinsius er schermen. Het oude gebouw werd in 1779 gesloopt. Heropgebouwde restanten werden na een bestemming als vleeshuis, weeshuis, herberg, tabaksmagazijn, thee- en koffieopslagplaats, veilinghuis, drukkerij, theater, bibliotheek, fietsenstalling, r.k. dansschool, duivenhandelshuis en ruimte voor de kerkdiensten van Lou de Palingboer, uiteindelijk gerestaureerd tot het Vlaams cultureel centrum `De Brakke Grond`. Toen dat werd ingewijd (!) in 1978, gebeurde dat met een verwijzing naar een tekst van nota bene Marnix van Sint Aldegonde: `ter eere van de verstroyde Nederlandse gemeynten van Jezus Christus die om des geloofs wille uyt hare vaderland (Vlaanderen) hebben moeten wijcken`. De zusters van de Gansoirde zullen zich in hun graf hebben omgedraaid! Velen van toen en van later lijken geen idee te hebben gehad van wat de roomsgeblevenen in Amsterdam werd aangedaan. Wie waren `de bedroefde herten`?

Ook uit de teksten zelf van het boekje kan men opmaken dat in elk geval niet alleen Tonis Harmansz. de schrijver kan zijn geweest. Sommige liederen komen van elders, zoals van Duyse al heeft aangegeven. Sommige zijn kennelijk door verschillend ingestelde zusters of broeders gemaakt, al of niet poëtisch of poëzie-technisch begaafd, al of niet geestelijk bekrompen. En andere werden geschreven door meer `gheleerde` theologen die de bijbel kenden. Dat men in de literatuur zo gemakkelijk spreekt van `irenisch (=vredelievend) en zachtmoedig`, vind ik onkritisch, al ademt het boekje wel een totaal andere sfeer dan het werk van Marnix. Er wordt niet in gespot. Misschien ook door gebrek aan humor. Men moet zich indenken wat er in die jaren geestelijk van katholieken gevraagd werd. Haast iedereen vond dat er te veel mankeerde aan de algemene Roomse kerk. Sommigen, zoals Luther, meenden met haar te moeten breken. Anderen, zoals de concilievaders van Trente (1545-1563), dachten dat ze haar konden renoveren door stricte maatregelen. En weer anderen, zoals Erasmus en de Humanisten, vonden dat ze haar moesten relativeren. Wat vond de kring van Tonis Harmansz.?

De plaats van het boekje in de geschiedenis van de Nederlandse Letterkunde is hiermee, hoop ik, enigszins beschreven: rederijkerswerk van door de opkomende reformatie be- en verdrukte katholieken in Amsterdam, bedoeld om lotgenoten te troosten, te bemoedigen en ze geestelijk te verheffen door het aanbevelen van zondenbesef en wereldverzaking. Kennelijk geïnspireerd door de spiritualiteit van de Moderne Devotie. Zo staat het, anders geformuleerd, op de titelpagina van het boekje.

Na de Alteratie kreeg een stedelijke commissie o.l.v. ds. Martinus Lydius en Laurens Jacobsz. Reael te oordelen over de edities van de Amsterdamse drukkerijen. Als ze werden goedgekeurd kwamen ze te staan in de nieuwe stadsbibliotheek van de Nieuwe Kerk. Als ze “te rooms” werden bevonden, gingen ze naar de antiquarische boekhandel van Cornelis Claesz. Later kwamen ze soms in de handen van bibliofiele verzamelaars die ze op den duur vaak inbrachten in de openbare bibliotheken. Veel is er verloren gegaan, maar uit het feit dat van de overgebleven boekjes ‘van’ Tonis Harmansz. de edities bijna alle verschillend zijn, kan men opmaken dat het boekje indertijd een grote verspreiding moet hebben gehad. In het sinds 1970 in de (protestantse) kerken gebruikte Liedboek voor de Kerken staat onder nummer 419 een liedtekst van Bredero die zo in het suyverlick boecxken had kunnen staan. Is ook dit een aanwijzing dat dit soort liederen welhaast gemeengoed van Amsterdamse Rederijkerskringen zijn geweest?

Lied van Bredero in het Liedboek voor de Kerken



Hieronder wil ik een voorzichtige poging doen elk van de 36 liederen te typeren. Met de volgende kenmerken: a = van elders; b = misschien van THvW; c = van zusters of broeders; d = van een geleerde of theoloog. En als ik er een hoofdletter aan toevoeg, geef ik daarmee iets van mijn waardering aan: A = verzoenende en schuldbewuste sfeer; B = poëzie-technisch geslaagd en C = theologisch op niveau. Een overzicht van de liederen volgt zowel na deze inleiding als na de tekstuitgave.

a = van elders
b = misschien van THvW
c = van zusters of broeders
d = van een geleerde of theoloog

A = verzoenende en schuldbewuste sfeer
B = poëzie-technisch geslaagd
C = theologisch op niveau

     
1 a, B (C) 2 b, A 3 b, B - C 4 b - c, C
5 c (b), C 6 c (b), C 7 b - c 8 a, B
9 c, B 10 a - b, B 11 a, B 12 a, B
13 c 14 a (b?) 15 a, B 16 a, A - B
17 b, A 18 b - c, A 19 a, A 20 a, (B?)
21 c 22 c, B 23 d, B - C 24 c, A
25 d, B(?) - C 26 a, B(?) - C 27 c, C 28 d, B
29 c, B 30 d, B 31 d, C 32 c, B - C
33 a 34 c 35 a 36 d, C


Bidprentje van deken Kraakman
Het Margarethaklooster na 1600


 
 
     
     
     
Klik hier als u links geen menubalk ziet » Home |  © Gerard Weel |  ga naar boven