Bloedheet – Thuisvakantie(2x) – Medemblik – Luctor

Bloedheet – Thuisvakantie(2x) – Medemblik – Luctor

Bloedheet
Hè, hè, gelukkig zijn de bloedhete dagen van de afgelopen weken voorbij. Het lijkt wel of de nu begonnen augustusmaand een afkoelingsmaand gaat worden. Nu nog de regen, die hopelijk op komst is. Want onze tuin is haast ten dode opgeschreven nu zelfbewatering uit den boze is verklaard. Ik troost me met mezelf steeds in te prenten dat we een land aan zee bewonen en dat het IJsselmeer voorlopig nog onze watervoorraad kan zijn als de sneeuw in de bergen en de driftigheid van de rivieren het enigszins af laten weten. Soms zijn er hier in Hoorn wel betrekkelijk donkere wolken boven ons, maar regen komt er niet van. Ik heb vroeger een natuurkundige collega gehad die beweerde dat we in de toekomst regenwolken zouden kunnen verplaatsen met nieuw-uitgevonden machinerieën. Hij is nu dood en begraven, maar ik heb nog een appeltje met hem te schillen.

Thuisvakantie 1
Heb ik er nog herinneringen aan hoe ik als schooljongen vakantiedagen doorbracht? Jazeker, meerdere! Vandaag twee: die zal ik nooit vergeten.
De eerste: Kamperen bij huis. We woonden naast een echte veeboerderij: kippen, varkens, koeien en ….een paard. De boer heette Bakker, dat kon eigenlijk niet, zei de meester op school. Achter onze schuur lag het boerenland met de koeien en…het paard. In de zomervakantie mochten we -toen we nog te jong waren om bollen te pellen!- op een bepaalde dag helemaal achter op het boerenland een zelfgemaakte tent bouwen met hooiruiterstokken, kratten en voor de voddenboer bewaarde lappen. Een dag kamperen! Helemaal achter op het land, dicht bij het visrijke water van de Grote Vliet. Want de hengels, gemaakt van enkele rietstokken op de schuurzolder van onze opa, gingen mee. Onder veel voorzichtigheidswaarchuwingen van mijn moeder mocht mijn wat oudere zusje een petroleumstel meedragen voor het pannenkoekenbakken. Het beslag had mijn moeder zelf nog gemaakt; dat kon een kind niet. Ik droeg mijn hengel en een tas met van alles bv. pleisters, snoep en wormen daarin. Heerlijk, zo’n dag! Vissen gevangen, sommige gebakken of teruggegeven aan moeder natuur, pannenkoeken verheerlijkt, ’s middags een slaapje in de tent en tegen melkerstijd de koeien opdrijven met onze hengelstokken. De tent keurig opgeruimd zodat de buurman-boer niets te klagen zou hebben. Wat kan een kind gelukkig zijn!

Thuisvakante 2
De tweede: Looptocht naar Medemblik. Het doel was: de Medemblikker speeltuin. Er was er ook een, dichter bij huis aan de Lagedijk, in Wervershoof, maar die had minder attracties. Tante Vera, de jongste zus van mijn vader, ging met ons mee ter bewaking en om de weg te wijzen. Ze woonde nog bij opa en oma naast ons en had altijd lekkere broodjes, snoep en limonade mee. De gezochte attracties waren: via het onderpad de hoge dijk van het Noordend waar ons vaders opa en oma hadden gewoond, Nooitgedacht tegenover het Poldertje waar we een voetbalveldje hadden, de Watermachine waar je je echo kon laten terugk(l)etsen, Radboud en het Emmapark, de apen en de kleurrijke vogeltjes die in hetzelfde hok konden, de speeltuin waar we een ijsje kregen en de slinger honderd keer van zuid naar noord te pakken hadden. Bek af, maar zeer tevreden. Mooie dag voor moeder en kind. En ’s avonds Pa thuis met de bollenoogst en lekker eten uit eigen tuin/bouw en spelletjes op zijn rug. Je wenst elk kind zo’n vakantie toe! En elk mensenkind zulke dierbare herinneringen.

Luctor
Soms leer je wat van de tv. Dat had ik van de week toen ik Huub Stapel volgde die in Zeeland was beland en interessante weetjes over onze meest protestant(s)e (24%) provincie naar boven haalde. Onder andere betreffende een tweekantige penning uit 1585 waarop de volledige formulering van de Zeeuwse provinciewapenspreuk te vinden is. Luctor et emergo autore Deo et favente regina. Op school leerde ik al -en waarschijnlijk u ook- de eerste helft van de spreuk kennen die op de ene kant van het ereteken was ingekerfd: Luctor (deponens, mediale vorm: ik worstel, ik wring mijl) et emergo (1ste pers.enk.v o.t.t.) en kom erbovenuit. Luctor is afkomstig van het Griekse lugos wat buigzaam-als- een- wilgetak betekent. Emergere is ‘ergens uit oprijzen’. Aan de andere kant van de penning staan dus de verwijzingen: ’terwijl God de bewerker is en de koningin met Hem instemt’. Zelfs op het seminarie heb ik nooit een toevoeging in deze geest vernomen. Bovendien is de uitleg ervan vaak onjuist geweest. Die luidde: Zeeland worstelt als een (Nederlandse) leeuw om boven het zeewater uit te komen. Maar de volle tekst is dus aangetroffen op de uit 1585 daterende erepenning die iemand heeft laten maken (of ontvangen?) namens de juichende kring rond de eerste koningin Elisabeth toen die haar steun had toegezegd aan de anti-Spaanse opstand van de Zeeuwen tegen Philips II. Dat gebeurde bij het verdrag van Nonsuch, getekend in 1585 in het paleis van Surrey in Engeland. Op de tegenkant van de penning staan de woorden sigillum (zegel) conte (comite?) ordinam (regelgeving?) Zelandiae (van Zeeland). Er blijft dus nog wel wat na te zoeken over!

Hoevinudie?
Schrijven wil zeggen dat er stapje voor stapje een ik buiten jezelf ontstaat die je vertelt wat je bedoelt.

(Rutger Kopland)