Kranten – Oogst – Christendom – Aflaat

Kranten – Oogst – Christendom – Aflaat

Martien
Vanaf mijn intussen langgeleden jeugdjaren ben ik een verwoede krantenlezer. Al jarenlang ben ik geabonneerd op drie dagbladen -een regionaal, een liberaal en een sociaal- aan het lezen waarvan een flink deel van mijn dagelijkse dag wordt besteed. En daarbij komt nog het verwerken van de nodige week- en maandbladen waarin ik zoek en/of vind wat me interesseert. Die gewoonte is, denk ik, ontstaan toen ik op de lagere school leerde lezen en vooral de avonturen van stripfiguren als Nick Knatterton, Jan Groenhaar en Sjors van de rebellenclub niet wilde missen. Veel jaren heb ik de veranderingen in het krantengebeuren doorgemaakt: van fotoloos naar zwart-wit en van columnrijk naar in kleuren. Wat me de laatste tijd is opgevallen is dat er een steeds meer uitgebreid deel van de krant wordt besteed aan puzzels. Zelf doe ik er ook aan mee, maar voornamelijk aan gewone kruiswoordsoorten om mijn geheugen wakker te houden. Want bij het opdringerige cryptische voel ik me niet thuis, omdat ik daar veel vergezochte formuleringen tegenkom die me alleen maar irriteren en weinig bevrediging geven als ik de juiste oplossing gevonden heb. Soms denk ik dat er aan de bedenkers een draadje los zit en ik mijn energie verspil.

Oogst
Het wordt tijd dat de productie van de jonge fruitboompjes in onze tuin wordt binnengehaald. Half september worden de peren rijp, zegt het oude spreekwoord. Door de hitte in de afgelopen zomer zijn de bladeren wel flink wat verschrompeld en bedorven door zwarte droogteranden, maar veel vooral peren en appels hebben de uitdroging overleefd en zijn tot blozende volwassenheid gegroeid. Ik las (in de krant!) dat de smaak van het fruit door de weersituatie van dit jaar extra zoet zou zijn geworden en heb dat uitgeprobeerd door enkele afgevallen of door vogels aangerande exemplaren schoon te schillen, en ja hoor: nog niet rijp, maar heerlijk zoet. Eigenlijk hebben we het -achteraf gezien- nog zo slecht niet gehad met de afgelopen zomer en ook de herfst beantwoordt tot nu toe aardig aan onze wensen.

Christendom
Met grote belangstelling ben ik het pas uitgekomen boek “De ongelooflijke geschiedenis” van het drietal Boogerd, de Graaf en Paas aan het lezen over ‘Hoe het christendom onze cultuur vormde’. ‘Onze’ wijst hier op de dominante invloed van het christendom dat in onze westeuropese wereld werd ontwikkeld sinds ‘Jezus’ verwerkt werd in de voortzetting van het Romeinse rijk. Goed geschreven, veel (nieuwe) informatie, treffende illustraties en heel herkenbaar omdat het onze eigen wereld betreft. Wel geschreven vanuit een nogal protestantse benadering, maar zonder enige anti-oecumenische inslag. Voor velen zal dit boek een eyeopener zijn wat betreft de ingeklemde historie van de boodschap van Jezus in de politieke, sociale en filosofische vormgeving van onze leefwereld. Wie had kunnen voorspellen dat het feitelijke christendom zo anders zou zijn dan in eerste instantie de bedoeling was? Jezus zou verbaasd (en teleurgesteld?) hebben gestaan.

Aflaat
In een gespreksgroep waar ik aan meedoe, kwamen we toevallig even terecht in een stukje kerkgeschiedenis: de algemene opvatting dat de middeleeuwse aflatenverkoop de aanleiding is geweest tot het optreden van Luther en zijn aanhangers, dus de Reformatie. Voor mij reden om nog eens de historische gegevens daarover op te zoeken in een paar mijns inziens betrouwbare boeken. Dan blijkt dat het ontstaan van de aflaatmanie samenhangt met de verwerking van de ellendige levenservaring van veel europeanen in de loop van de middeleeuwen. Niet lang nadat het christelijke geloof ook bij de niet-Romeinse bevolkingsgroepen was doorgedrongen in de tijd rond Karel de Grote braken er -eerst in het oosten ten tijde van keizer Justinianus (527-565 n. Chr.) en veel later in het westen in de veertiende eeuw- epidemieën uit waardoor veel mensen een ongelukkig levenslot moesten verwerken. In hun erbarmelijke omstandigheden zochten veel slachtoffers een toevlucht in hun christelijk geloof en ook in allerlei vormen van bijgeloof. Zoals in het idee dat er in het leven na de dood nog straffen moesten worden uitgeboet voor wat ze in hun leven hadden misdaan. Al gauw werd er beseft dat je zelf in het hiernamaals weinig aan boete zou kunnen doen zodat je er beter op kon vooruitlopen of op nakomelingen vertrouwen. Het bepalen van de boetezwaarte werd -typisch middeleeuws- aan de paus en zijn uitvoerende clerici overgelaten en daar werd vooral door twee pausen, Julius II en Leo X, in het begin van de zestiende eeuw na Chr. misbruik van gemaakt door er geld voor te eisen voor de bouw van de nieuwe St. Pieterskerk in Rome. Geld kwam in principe niet bij aflaten te pas, wel gebed, plaatsvervangend lijden, kerkbezoek, aalmoezen en goede werken. In Luthers tijd trad echter Johann Tetzel op, die aflaatbrieven verkocht, en van de aartsbisschop van Maagdenburg en Mainz, Albrecht van Brandenburg, is bekend dat hij de helft van het opgehaalde pausgeld voor de Sint Pieter besteedde aan de afbetaling van zijn persoonlijke schuld bij Fugger. Luther ergerde zich wezenlijk aan de toenmalige ontaarding van de aflatenpraktijk, niet alleen om het misbruik maar ook om het bijgelovige idee ervan. Gelukkig dat het Concilie van Trente (1545-1563) in 1562 de prediking van aflatenreclame verbood en in 1567 het vragen van geld ervoor. Aflaatbrieven sturen aan groepen of kloosters werd in 1571 uitgeroeid door dreigen met excommunicatie.

Hoevinudie?
‘Niemand wordt voor zichzelf geboren.’

(Erasmus)