Regen – Kermis – Wereldburger – Augustinus

Regen – Kermis – Wereldburger – Augustinus

Regen
Vorige keer sprak ik al -misschien te voorbarig- over de ‘afkoelingsmaand augustus’, terwijl het nog bloedheet was. De wens weer eens de vader van de gedachte? Soms wordt zo’n voorbarigheid gelukkig niet bestraft, zelfs dubbel verhoord: het is nu normaal augustusweer en de tuinen en grasvelden herademen omdat er ’s nachts en ‘s morgens regen is gaan vallen. Wel worden we gewaarschuwd: het kan minstens nog een volle maand duren vóór de grond werkelijk weer in goede doen is. Ook met die bosbranden is het voorlopig nog niet afgelopen omdat onze ondergrond nu eenmaal vooral uit veengrond bestaat met een prehistorische houtvoorraad als brandstof. Maar ik vertrouw erop dat onze natuurwereld er mettertijd niet van ten onder zal gaan en dat moeder aarde een krachtige vrouw zal blijken te zijn. Ik durf dit nu wel te schrijven, maar niet hardop te zeggen, want in mijn omgeving krijg ik meteen negatief commentaar als ik een mijns inziens niet té pessimistisch geluid laat horen. Volgens jou komt alles goed zeker, wacht maar…’ enz. Nou ja, het gelijk zal wel weer in het midden liggen.

Kermis
De Hoornse kermis -op één na de grootste van Nederland!- is al weer voorbij. Ik heb ik er nog herinneringen aan hoe ik als schooljongen ongeduldig wachtte op de Onderdijker kermis, want die was pas in oktober. Als compensatie ging mijn vader met ons naar de Medemblikker kermis die eerder was en net als Hoorn als extra programmapunt vuurwerk vertoonde. Pa Weel trakteerde ons daarbij op een flinke zak ongepelde pinda’s. De kermis van Hoorn hoorde niet bij ons programma want wij gaven in dezelfde halfaugustustijd de voorkeur aan de lopend bereikbare Wervershoofse kermis waar we zonder ouders -maar wel met wat kermisgeld- naar toe mochten. Soms ging onze moeder naar de Hoornse lappendag, samen met familietantes. Daar hadden wij niets mee te maken. Als onze dorpskermis was afgelopen, gingen we terug naar het feestterrein om te helpen bij het afbreken van de attracties en te zoeken naar de munten die de (dronken?) kermisgangers hadden verloren waardoor die tussen de planken van de kramen of onder de vloeren van de vermakelijkheden waren terechtgekomen. Soms kon je er ’s zondags een ijsje van een dubbeltje of een zoute drop van een stuiver van kopen. Of dropwater maken.

Wereldburger
Zoals u misschien bemerkt hebt, heb ik op deze website van mij als mijn levensmotto aangegeven ‘Ik wil een wereldburger zijn’. Inmiddels ben ik erop attent gemaakt dat dit eigenlijk een citaat van de beroemde redenaar, politicus, schrijver en advocaat Marcus Tullius Cicero is die leefde van 106 tot 43 v. Chr.. Hij noemt zich trouwens ‘civis Romanus’, niet ‘civis mundi’. Het staat in de brief ‘In Verrem’, een aanklacht uit het jaar 70 v. Chr. die hij stuurde tegen de criminele en corrupte landvoogd van Sicilië Gaius Licinius Verres. In de 1314de van de ‘Epistulae’ van Erasmus maakt die er ‘çivis mundi’ van, dat wel. In verband met de populariteit van de op het ogenblik gaande Odyssee-film nog een tip over Cicero: zijn boek ‘De natura deorum’ (Het bestaan van de goden’) is onlangs, prachtig vertaald door Vincent Hunink, verschenen bij uitgeverij Damon, ingeleid door de zeer deskundige Rogier van der Wal. Een diepgaand boek over de waarde van de religieuze ervaring, Cicero op zijn best en leerzaam voor ons

Augustinus
Er is de laatste tijd in de theologie een nieuwe belangstelling gaande voor de kerkvader Augustinus. Onder anderen bij sommige hoogleraren van de theologische afdeling van de Tilburg-universiteit. Die doen daar volop mee aan de verering en herontdekking van de grote bisschop van Hippo in Afrika. Ik vraag me af of dat is uit bewondering voor de geniale taalvaardigheid van de grote latijnkenner en boeiende prediker uit de vijfde eeuw (13-11-354 tot 28-08-430), van wie vroeger op het seminarie iedere student de Belijdenissen las en over wie de betaalbare tweedelige Prisma-uitgave van Frits van der Meer’s ‘Augustinus de Zielzorger’ door haast ieder van hen werd gelezen. Of er ook sprake is van een nieuwe belangstelling voor en instemming met zijn theologische opvattingen, vraag ik me af. Ik heb daar intussen namelijk nogal wat bezwaren tegen gekregen. Augustinus heeft bijvoorbeeld nogal agressief gesproken en geschreven over het Donatisme waar hij eerst zelf aanhanger van was geweest en waar en hij zich van distancieerde (bekeerde?) toen die stroming als ketterij door het toenmalige kerkelijke gezag werd afgekeurd en vervolgd. Terwijl Donatus, een soort concurrent-bisschop, zou kunnen worden beschouwd als een van de eerste figuren die het eigene en geestelijk waardevolle van de Afrikaanse cultuur heeft gewaardeerd en als een oecumenische bijdrage in de kerkontwikkeling heeft proberen in te brengen. Hij (363-391) was een Numidiër, dus een autochtoon, die het opnam voor de diepreligieuze Berbers, zeevaarders en boeren die hem als hun bisschop erkenden. Augustinus koos onvoorwaardelijk voor het Constantijnse kerkgezag en daarmee voor de asociale uitbuiters uit Rome met een verwijzing naar het hiernamaals. Ik ben nieuwsgierig hoe Tilburg hier over denkt!
P.S.: De Numidische Donatus is natuurlijk niet de middeleeuwse grammatica-schrijver Aelius Donatus, die in de vierde eeuw n. Chr. de leermeester was van de bijbelvertaler Hieronymus (Vulgata)

Hoevinudie?
Leer de volheid ervaren door inwaarts te keren.

(Zuster Riet Merks)