Vlaggen
Ook dit jaar is bij ons -en in heel wat hoorn-noordse straten, ook vanaf de nieuwbouwhuizen- de rood-wit-blauwe vlag weer uitgestoken. Halfstok op 4 mei vanwege de herdenking van WOII, vrolijk wapperend op 5 mei vanwege de herdenking van de bevrijding. Ook deze laatste gewoonte heeft gelukkig zonder onderbreking langer geduurd dan de officiële om de vijf jaar-regeling met verplichte vrije dag suggereert en inmiddels is gebleken dat ook veel jongeren -niet alleen uit de betrokken families- blijven meedoen met de bezinning op de vierde mei en de uitgelatenheid van de vijfde. Zouden de verwerking van de oorlog van toen en de ervaringen van tegenwoordig in de wereld van nu elkaar hebben opgevolgd? Ik heb wel iemand gesproken die waarschuwde voor al te veel rood-wit-blauw: terugkerend nationalisme leek hem gevaarlijk en wereldoriëntatie verplicht. Zelfs ons werelddeel is ‘maar’ Europa, vond hij.
Tempora mutantur
Op mijn verjaardagskalender staan nog steeds de levensdata van mijn opa en oma van vaderskant: ze werden twee dagen na elkaar geboren: 13 juli en 15 juli, allebei in 1880. Oma was en werd de oudste: 12 augustus 1965 was haar sterfdag, die van Opa: 12 februari 1956. Ze trouwden, nu 120 jaar geleden, op 7 mei 1906 in Wervershoof (opoe was een Hauwert) zodat mijn vader -hun oudste- op 10 mei 1907 geboren kon worden. Opa kwam uit een Onderdijker vissersfamilie, oma had een Wervershoofse molenaarsstamboom. Nadenkend over die data ging ik beseffen hoe anders hun leven moet zijn geweest in vergelijking met dat van ons. Waren het heel andere mensen door de heel andere omstandigheden? De tijden veranderen, maar wij daarmee ook, zegt het spreekwoord in een Latijnse hexameter: Tempora mutantur et nos mutamur in illis. Kennelijk is deze gedachte alom bekend, maar niemand weet zeker wie haar bedacht en zo geformuleerd heeft. Men zegt: Ovidius, Cicero of Augustinus. Of iemand van de Reformatietijd. De meeste kans maakt keizer Lotharius (795-855), de kleinzoon van Karel de Grote, omdat die zijn grootvader volgde in de verspreiding van het toenmalige onderwijs en van de geleerde Alcuinus leerde wat een hexameter was. Ik heb mijn vaders ouders gelukkig nog enige tijd meegemaakt, maar zij waren inderdaad heel anders dan wij nu.
Volzin
Al jaren ben ik geabonneerd op het -nu maandelijkse- tijdschrift Volzin. Zelfs al vanaf het begin van de tijd dat het zo ging heten. Want het is ontstaan toen het oude Hervormd Nederland (protestants, hervormd) en De Bazuin (katholiek, dominicaans) fuseerden in 2002, onder invloed van de zgn. 8 mei-en Vredesbeweging. Het oude Hervormd Nederland was op 22 september 1945 begonnen als ‘De Hervormde Kerk’ en was vele jaren een officiële uitgave van de Hervormde Kerk van Nederland, maar raakte in 1971 wat los van de Hervormde Kerk en ging in 1983 HN-Magazine heten. Onder druk van de Vredesbeweging kwam het blad in 1986 in handen van de Stichting Hervormd Nederland en werd het meer oecumenisch. Het katholieke weekblad De Bazuin was als Amsterdams middenstandsblad al in 1911 ontstaan en in 1913 door de plaatselijke dominicanen overgenomen voor een progressieve katholieke levensvisie. Het blad werd na de oorlog tweewekelijks en is vanaf 1951 ondergbracht bij de stichting ‘De Bazuin’. Na de Concilietijd, op 21 mei 2002, fuseerde het, met medewerking van de Vredes- en 8 mei-beweging, tot het maandelijks verschijnende Volzin. Het laatstuitgekomen nummer daarvan heeft me weer zeer geboeid. Er wordt o.a. aangekondigd dat Beatrice de Graaf, die ik zeer hoogacht, op 16 september a.s. in Utrecht de 15de Volzin-lezing zal houden en de vierde zal zijn die de Volzin-waarderingsprijs zal worden uitgereikt. Terecht! Ik vind haar geweldig. En Volzin ook!
Schrijversfamilie?
Schrijven zit een beetje in het bloed van het gezin waar ik uit kom. Zes van de tien hebben wel eens iets gepubliceerd. En ook de nieuwe familiegeneratie doet er aan mee. Ik denk dat we dat van de moeder van onze moeder hebben, onze oma die leefde van 1881 tot 1966. Ze had een keurig handschrift net als haar dochter -dat leerde je toen op school!- en was zeer bewust van haar taalgebruik waarmee ze zich graag voor ons ten voorbeeld stelde, terwijl ze verder heel nederig was. Schrijven was iets wat we meekregen van school maar ook van thuis. In ons gezinsarchief zijn nog brieven te vinden die mijn broertjes schreven toen ze zeven jaar waren. Nog niet zo keurig! En van de week kreeg ik van een dochter van een van mijn zussen een uitstekend verzorgd boek, door haar geschreven in een voorbeeldige stijl waaruit prima taalgevoel sprak. Twee van mijn broers hebben boeken geschreven en uitgegeven, een zelfs in het Engels. Twee van mijn zussen lieten geschriften na, de een verhalen voor kinderen, de ander (lied)teksten om voor te dragen. Mijn moeder schreef ons brieven toen we op kostschool zaten: handschrift, woordkeuze, inhoud: prima in orde. Wie zei het ook al weer? Volgens Google: Caius Titus, eerste eeuw: Verba volant, scripta manent! “Woorden vervliegen, wat opgeschreven is blijft!”
Hoevinudie?
Komt Moos voorbij en ziet het reclamebord:
‘Alleen voor christenen’
Moos: Ben je gek geworden?
Sam: Heb je mijn ijs geproefd?
Max Tailleur