Vogels
In de krant werd vorige week een lijstje gepubliceerd van de in Nederland het meest voorkomende vogels. De merel kwam op no.1. Terecht, vonden mijn buren, ook in onze tuin hoor je ze ’s morgens vroeg al lustig zingen. Tot mijn verbazing kwamen de huismus op de 2de en de spreeuw op de 3de plaats. Klopt van geen kant, zeiden mijn buren: bij ons is zelden een van de twee meer te bekennen. Vroeger wel, maar hun eeuw is in onze buurt voorbij. Vervangen door koolmees en (hout)duif, de laatste ook Turkse tortel genoemd. Tussen haakjes: ‘hout’ is een oud woord voor ‘bos’, ‘Turks’: ‘overgekomen uit zuidoost-europa’ en ’tortel’ komt klanknabootsend van het Latijnse ’turtur’. Tjiftjaf en fitis kennen wij hier niet. Wilde eend, winterkoninkje en roodborst wel. En vinken ook: kijk maar in en rond de beukenboom bij onze voordeur.
Boekenkast!
Niemand had kunnen raden wat ik tegenkwam bij het opruimen van mijn boekenkast. Vier ingebonden jaargangen van het tussen 1807 en 1814 uitgekomen roomse tijdschrift ‘Mengelingen voor Roomsch Catholieken’. Ik weet niet hoe ik eraan gekomen ben en heb er met plezier in gelezen. Bij nader onderzoek kwam ik erachter dat het door de deskundige en kritische Rogier is beschreven als irenisch en verlicht, bedoeld om de roomschen wat positiever te laten denken over de Verlichting, de Franse revolutie-invloed in de napoleontische tijd (code civil) en de neotheologie van toen. De man die erachter zat, was de in 1811 in Bovenkarspel benoemde pastoor die als kapelaan in Amsterdam in 1808 een boekje over ‘Het Leven van Jezus’ had uitgegeven dat ‘ook voor protestanten geschikt’ was. Zijn naam was Joannes Matthias Schrant, geboren in 1783 te Amsterdam en priester gewijd voor het bisdom Haarlem. Hij zocht een positief contact met de aanhang van koning Willem I. Hij schreef zelf bijna alles -en over van alles- in zijn driemaandelijkse tijdschrift en had voorstanders in de kring van het grootseminarie Warmond zoals Lexius, Tomas en Quant, maar ook tegenstanders zoals Le Sage ten Broek, aartspriester J. J. Cramer en bisschop Van Vree, die zijn Jezus-boekje op de Index van verboden boeken wisten te krijgen. Rogier noemt dit ‘miskenning’. Waarschijnlijk heeft de latere bisschop van Luik, Hageveldstichter Van Bommel, invloed gehad op zijn benoeming in 1819 tot hoogleraar taalkunde in Gent. Vanaf 1830 doceerde hij in Leiden vooral de Vondelstudie, hij werd er rector magnificus in 1844 en ging in 1853 met pensioen. Hij stierf er op 5 april 1866. Irenisch en trouw katholiek, aldus Rogier.
Credo in Unum
Als je de Bijbel in het oorspronkelijke Hebreeuws onderzoekt -zoals in de Hoornse Hebreeuwsstudiegroep gebeurt- delf je soms fundamentele vondsten op. Neem nou ‘Credo in unum Deum’, waarbij het woord ‘unum’ in vertalingen soms wordt weggelaten. Het onderliggende Hebreeuws kent twee woorden voor één’: Alef (bij getallen en in wiskunde) en Echad (volgens sommigen meer: ‘eendrachtig’). In de theologie geeft dit aanleiding tot felle discussies: Is God alleen (uniek, solo, boven alles) of aanwezig in velen (misschien zelfs allen)? Uiterst monotheïsten zullen kiezen voor het eerste, Spinoza-aanhangers voor het laatste. Het eerste lijkt eerbiediger, het tweede oecumenischer. Zelf kies ik meer voor het tweede: samengevoegd, eendrachtig. Men gebruikt in dit verband soms woorden uit de poëzie: tros (druiven), bos (woud), wijnstok (ranken) en kudde (schapen). Maar anderen vinden dat niet bovennatuurlijk genoeg! Het Hebreeuws doet je daarover nadenken.
Bril
Vijf jaar heb ik volgens de opticien en mijn familie met de bril die ik nu op heb, gelopen. Wordt het niet eens tijd voor een nieuwe? Je ogen zijn waarschijnlijk ouder (dus niet beter) geworden en de montuurmode is aanmerkelijk met de jaren veranderd. Ik naar de specialisten, eerst in de brillenwinkel, toen naar de ogenfotograaf, vervolgens met een verwijzing van de huisarts naar het oogartsencentrum en tenslotte -uw ogen zijn gezond- opnieuw naar de opticien en wachten tot het leveringsmoment. Op mijn leeftijd een hele onderneming. Maar dan heb je ook wat: ik zal, naar ik hoop, alles weer beter zien en vooral lezen. Het familieoordeel over het nieuwe montuur moet nog komen. Ik wacht het geduldig af en kijk zo nu en dan even in de spiegel: wat heb ik toch een fijne familie!
Hoevinudie?
Het is vervelend om oud te worden, maar toch
is het het enige middel om lang te leven.
(kalendertje)