Wereld
Zijn we bezig een nieuwe wereld te krijgen? Dat vraag ik me in deze laatste (?) jaren van mijn leven wel eens af. Ik bedoel niet dat we misschien een nieuwe planeet zullen ontdekken waarop je -wie weet- kunt gaan wonen, maar wel: komt er een andere wereld waarin ons leven zich gaat afspelen? In zekere zin is dat altijd al het geval geweest: tempora mutantur et nos mutamur in illis (Lotharius). Wisseling van tijdsbestek is heel gewoon en zelfs natuurlijk (als je de historici wilt geloven), maar: wat we in deze beginjaren van de éénentwintigste eeuw meemaken is wel heel bijzonder. Bijna alles om ons heen -zeker in onze westerse wereld- verandert fundamenteel: zowel de technische, de sociale, de geestelijke, de politieke en de biologische werelden van onze jeugd worden haastig ingewisseld voor een nieuwe werkelijkheid in ons en om ons. De een gaat daar meer en gemakkelijker in mee dan de ander, maar voor mensen van mijn leeftijd lijkt het vertrouwde van vroeger steeds sneller achterhaald te worden. Bij de tijd blijven is een haast onmogelijke opgave.
Prinsjesdag
Tegelijk met de derde dinsdag van september leek de herfst aangebroken. Een nieuwe periode in de natuur, maar ook in de politiek. Het uiterlijk vertoon van ons koningshuis was er volop, een sprookje waar velen nog waarde aan hechten. En deze keer zonder incidenten, de dood van Gerard Cox en Joke Bruijs niet meegerekend. Maar de politiek barstte haast van de goede voornemens voor een sterkere verantwoordelijkheid in de komende regeringsperiode na de komende verkiezingen. Mooie woorden. Laten we hopen dat we de komende vier jaar een kabinet zullen blijken te hebben gekozen dat verantwoordelijkheid aandurft niet alleen voor de woorden maar vooral voor de besluiten die ook voor de lange termijn moeten worden genomen. Daarvoor is eendracht en samenwerking nodig en respect voor aanvullende kritische gedachten van andersdenkenden. Een ander tegenwerken is dan uit de tijd bij het meewerken aan de doordachte toekomstplannen die aan de orde zullen zijn.
Gezin
Het gezin waaruit ik ben voortgekomen, had indertijd het geluk dat we naast onze opa en oma woonden. Dat was vroeger bij lang niet alle kinderen het geval. Ook in dit opzicht is de moderne gezinsbeleving aan verandering onderhevig: heel veel -ook nog jeugdige- grootouders doen mee aan de zorg voor de kleinkinderen. Bij ons -niet bij mij persoonlijk- is er ook zoiets aan de hand: kleinkinderen mede opgevangen en soms tijdelijk opgenomen door de ouders van de ouders. Die zijn vaak soepeler en royaler, waardoor het gevaar van verwennerij en alles-maar-goedvinden dreigt. Maar dat er voor een kind een toevluchtsoord is om aan de druk van ouders en school enigszins te ontkomen, is van grote waarde. En ook dat ouders eens even aan zichzelf kunnen toekomen. Ik sta er vaak -met de grootouders- verbaasd van dat er in een jong kind zoveel spontaan tot ontwikkeling komt: van kruipen tot lopen, van praten tot vragen, van denken tot weten, enzovoorts. Ik bewonder met hun opa en oma de razendsnelle fysieke en psychische groei van klein(e)kinderen.
Perenmous
Er is dit jaar door de langdurige en warme zomer een geweldige hoeveelheid appeltjes gegroeid aan de vaak nog jonge boompjes die een paar jaar geleden in onze tuin zijn geplant. Zo overdadig als die intussen klaarhangen om geplukt te worden, zo achtergebleven is tot mijn verbazing de oogst van de in andere jaren meestal zo rijke opbrengst van de perenboom waar ik van achter mijn bureau op kan uitkijken. Die doet kennelijk deze keer niet royaal mee aan onze voedselvoorziening. Nou ja, het blijft altijd een verrassing wat moeder natuur in petto heeft. Gelukkig zijn appels meer geschikt om moes of compôte van te maken dan peren. Bestaat er eigenlijk wel ‘perenmoes’? Ik vond het niet in mijn kookboeken!
Hoevinudie?
Meester: Waarom gebruiken meisjes vaak wel lippenstift
en jongens meestal niet?
Pienter Pietje: Vraagt u dat maar aan pientere Petra!