Lente
Mijn leven lang ben ik blij geweest dat ik geboren ben in de lente. En nog wel in de ‘Goede Week’, waarvan ik dacht dat die elk jaar zo genoemd werd omdat mijn verjaardag erin viel. Later -op het seminarie?- drong tot me door dat ‘Goede Week’ en Pasen iets met elkaar te maken hadden en dat mijn verjaardag daarbuiten (daar buiten?) stond. Verjaardag en lente bleven bij elkaar horen, dat wel, maar toen ik me op wat latere leeftijd ging verdiepen in de (protestantse) theologie, werd me bijgebracht dat dat ‘Goede’ een dankbetuiging was aan ‘de Verlosser’, wiens wonderlijke levensloop ons allen verlossing had gebracht. Sola gratia, enkel genade. Verlossing van ons allen zonder eigen inbreng. Maar ik werd geen volgeling van Luther’, omdat ik van hem geen ‘seizoengevoel’ meekreeg, terwijl mijn aardse vader zijn kinderen juist ‘geloof’ had bijgebracht aan de hand van wat er zich elk jaar weer afspeelt in de wisseling van de jaargetijden. Met mij (mei?) en nog twee van zijn zonen en één van zijn dochters vierde die zelf zijn verjaardag tijdens de doorbraak van moeder aarde in de lente, in de meimaand, waarbij het hem niet zozeer om moeder Maria ging.
Elk jaar jarig in de lente en vaak in de ‘Goede Week’, wat wil je nog meer? Ook dit jaar waren er in de afgelopen dagen al vroege lenteverschijnselen en mijn klimaatvertrouwen is nog steeds niet kapot te krijgen ondanks al die angstaanjagers die vinden dat je moet wachten op de oogsttijd die nog maanden kan uitblijven -of helemaal niet komt- vóór je het jaar gelukkig mag prijzen.
Oorlog?
Een beetje gelijk hebben die wachtenden wel: voorlopig is de veelbelovende wereld een flinke slag op achter: oorlog alom, gelukkig niet bij ons in de buurt. Wel in de woestijnlanden waar de lente voorlopig niet meetelt. Men heeft me uitgelegd dat de recente verkiezingen van de Gemeenteraden niets te maken hebben met de mening van de Nederlandse bevolking als geheel, omdat alleen het exclusieve belang van de eigen gemeente daarbij aan de orde is. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat bij onze plaatselijke stads- of dorpsgenoten toch ook onze angstgevoelens en zelfs onze gevoelens over de nieuwe regering een rol zullen gaan spelen bij de uitslag. Zouden de meesten -kiezers en gekozenen- niet wat voorzichtiger dan in het verleden zijn geworden door recente ervaringen? En zou het samenwerken met elkaar -dat ook op plaatselijk niveau noodzakelijk is- niet meer in de overwegingen zijn verwerkt dan anders? Ik denk van wel en ik hoop het.
Pasen
Met enige nieuwsgierigheid volg ik de ontwikkelingen in de moderne theologie. Bijvoorbeeld als het over de betekenis van het mysterie van Pasen gaat. Terwijl ze bijna de hele vorige eeuw hebben gebekvecht over het historisch gehalte van de paasverhalen van het zgn. Nieuwe Testament en er een tegenstelling groeide tussen de ‘letterlijken’ en de ‘mythologischen’, is er gelukkig een golf van belangstelling gekomen voor de taalkundige achtergrond van joods-christelijke formuleringen van de bijbeltekst. Wie geen (klassiek) Hebreeuws kent, kan haast niet meer meedoen, ook al beheerst hij/zij Grieks (Septuaginta) en Latijn (Vulgata). Welke Joodse taalvormen schuilen er achter de bedoeling en de gedachtegang van de schrijvers, hoe versta je hun taal? Bovendien: het verstaan van de schrijver is niet gelijk aan het verstaan van de lezer: daar schuilt een gevaar. Voor mij was het een openbaring toen ik ging ontdekken dat het hele taalkundige systeem van de oosterse en semitische talen wezenlijk verschilt van dat van de westerse taalsoorten waarin de Pesach-verhalen ons meestal zijn doorgegeven. Neem nou de zgn. ’tempora’: de werkwoords ’tijden’. De deskundige dr. Kl. Goverts noemt ze -in navolging van andere grondige ‘vertalers’-: geen ’tijden’ maar ‘modaliteiten’. De eerste zin van de het scheppingsverhaal ‘Beresjiet bara elohim et ha sjamajim we et ha aretz’ kan dus op minstens drie manieren vertaald worden: In ‘oorsprong’ scheppen, schiepen, zullen scheppen ‘goddelijke krachten’ de (ons bekende) aarde en de (ons overkoepelende) hemel’. De rijkdom van deze zin is niet in eenduidig grieks of latijn (of statenbijbelnederlands) uit te drukken.
Hoe vaak wasdag?
Mijn thuishulp is druk bezig me de fijne kneepjes van het wasmachinegebruik bij te brengen. Je hoeft niet elke dag kleding te wassen. De meeste mensen (ook mannen) in onze samenleving hebben eens in de week wasdag. Sommigen houden het op eens in de veertien dagen, vooral als er lakens en slopen (dekbedden?) aan de beurt zijn. Maar het hangt natuurlijk ook erg af van het aantal personen waar je voor aan de gang bent. De was moet wel ingedeeld worden in soorten: duidelijk gekleurd – lichtgekleurd – wit – wol (kan krimpen) -katoen – sokken (meestal gauw klaar) – vervangen is vaak handiger dan herstellen. Je hoeft er niet bij te blijven, zo nu en dan even controleren is genoeg. Moderne machines geven de tijdsduur aan en slaan af als de gezette tijd voltooid is. Kastdroog is vaak droog genoeg. Nooit te oud om te leren!
Hoevinudie?
Pietje: Meester, is Stolz een wonderkind?
Meester: Elk kind is een wonder!
Pietje: ‘O’!